Schoolplan '23-'27 (versie juli 2024)
  1. 2.1. Aanbod

    1. 2.1.1.1 Vakken 

      We werken vanuit onze visie om met gedegen onderwijs iedere leerling zo goed mogelijk voor te bereiden op zijn hoogste trede. Daartoe brengen we van ieder kind en iedere groep de onderwijsbehoeften in kaart en de leerkrachten handelen daarnaar. Onderwijsbehoeften richten zich op de ontwikkelingsmogelijkheden en kansen van leerlingen. Dat betekent dat we het onderwijs zoveel mogelijk kindgericht aanbieden. De aanpak, instructie, verwerking en doelen zijn zo veel mogelijk afgestemd op de individuele leerlingen binnen de mogelijkheden van de groep. Voor de ontwikkeling van kinderen kijken we naar de cognitieve, sociaal emotionele, motorische en creatieve ontwikkeling. In onze visie komen kinderen tot leren in een veilige leeromgeving, in een goede relatie tot leerkrachten en medeleerlingen, waar ze zich competent voelen en eigenaarschap ervaren over hun leerproces. De ontwikkeling op het gebied van de vaardigheden van de 21e eeuw heeft onze aandacht. Hierbij denken we ook aan leren leren, leren evalueren, leren plannen, programmeren en onderzoekend leren. Bij het aanbieden van ons onderwijs zijn wij steeds op zoek naar de manieren waarop we de kernvakken én keuzevakken eigentijds kunnen inrichten. In hoeken en lessen krijgt spelend, bewegend, onderzoekend en ontdekkend leren een belangrijke plaats. Leerkrachten en leerlingen gaan samen aan de slag met materialen en thema's die bijvoorbeeld ook in de reken- en taalmethode worden behandeld. Met elkaar ontwikkelen zij een aantrekkelijke en uitdagende leeromgeving.

      Bij de keuzes van de leermiddelen en methodes is rekening gehouden met de op school aanwezige populatie. De schoolweging brengt met zich mee dat een groot deel van de kinderen referentieniveau 1S / 2F moet behalen. Hier is in de keuzes van de methodes rekening mee gehouden. De methodes bieden voldoen differentiatie mogelijkheden en bieden een doorlopende leerlijn. In overleg met de groepen 1-2 en 3 wordt steeds aansluiting gezocht tussen het spelend leren en de methodes die in groep 3 gebruikt worden.

      Wij vinden het belangrijk dat er een goed evenwicht is tussen de cognitieve, creatieve en sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen. Hier wordt in afzonderlijke vakgebieden aandacht aan besteed. Omdat deze veelzijdige ontwikkeling van kinderen centraal staat, is er veelal vakoverstijgend aandacht voor de ontwikkelingsgebieden.  


      Vakmethodegroepopmerkingen
      Technisch lezen

      Lijn 3
      Karakter

      groep 3
      groep 4 -5


      Begrijpend lezenLeeslinkgroep 4 t/m 8
      TaalTaal Actiefgroep 4 t/m 8
      Rekenen & wiskundePluspuntgroep 3 t/m 8Papier groep 3-5 en digitaal groep 6 t/m 8.
      Schrijven en motoriekKlinkersgroep 3 t/m5
      EngelsBlinkgroep 1-2 t/m 8
      Oriëntatie op mens en wereld, wetenschap en techniek

      Naut (aardrijkskunde)
      Meander (geschiedenis)
      Brandaan (natuur & techniek)
      Let's Go (verkeer)

      groep 4 t/m 8
      groep 4 t/m 8
      groep 4 t/m 8
      groep 3 t/m 8

      Groep 3 integreert Naut, Meander en Brandaan in de thema's bij spelend leren.|
      Groep 4 geeft de vakken gecombineerd per thema.

      Levensbeschouwing en burgerschapHemel & Aarde
      Vreedzame School
      groep 1-2 t/m 8
      ExpressieZangexpressgroep 1-2 t/m 8Vakleerkracht muziek, Zangexpress, blokfluitles, schoolkoor en schoolorkest, samenwerking met Rotterdams Philharmonisch orkest en Codarts. Vakleerkracht beeldende vorming op projectbasis.
      BewegingsonderwijsLeerlijn bewegingsonderwijsgroep 1-2 t/m 8Vakleerkrachten bewegingsonderwijs
      Ontwikkeling jonge kindOnderbouwd groep 1-2Ontwikkelingsgericht Spelend Leren binnen thematisch ingerichte hoeken.


      Eigen opdrachten voor het onderwijs

      Muziekonderwijs op de Fatimaschool

      Muziek heeft op de Fatimaschool een bijzondere plaats. Wij vinden het belangrijk dat kinderen, naast het reguliere aanbod van allerlei vakken die vooral een beroep doen op cognitieve vaardigheden, ook in aanraking komen met muziekonderwijs en zo hun muzikale talenten kunnen ontwikkelen. Samen muziek maken geeft kinderen veel plezier en werkt verbindend. Wij hebben een muziekspecialist, een leerkracht met een coachende rol naar de collega’s. De muziekspecialist geeft muziekles in alle groepen, in aanwezigheid van de leerkracht. Zij geeft de leerkracht na de les tips voor de weken dat de muziekspecialist niet komt. Vaak wordt ook gevraagd om voor de volgende les iets voor te bereiden met de kinderen, zodat de muzieklessen door de vakspecialist meer diepgang krijgen. 

      De door de vakspecialist ontwikkelde leerlijnen worden zo gewaarborgd. Voor kinderen die meer willen zingen dan alleen tijdens de muzieklessen is in 2018 het Fatimakoor opgericht. Hier zijn voor de kinderen geen kosten aan verbonden. Het koor treedt regelmatig op op school, maar ook in de wijk. Naast het koor hebben wij sinds schooljaar 2021-2022 een schoolband.
      De Fatimaschool heeft een intensieve samenwerking met het Rotterdams Philharmonisch orkest en Codearts. Om kinderen te stimuleren in hun vrije tijd een muziekinstrument te leren bespelen, bieden we ook blokfluitlessen aan. Om kinderen podiumervaring op te laten doen, organiseren we regelmatig voorstellingen waarbij de kinderen optreden. De kinderen van de groepen 6 treden op met kerst, zij voeren dan een kerstmusical op. De kinderen van groep 7 doen mee aan de Lang Leve de Muziekshow (een muzikaal televisieprogramma, waar auditie voor gedaan moet worden middels een muzikale act). De kinderen van de groepen 8 voeren aan het einde van het schooljaar een musical op. 

      Kunsteducatie krijgt een structurele plek in ons onderwijsprogramma door de samenwerking met de SKVR. Door gebruik te maken van het kunst- en cultuuraanbod van de SKVR,  ontdekken de kinderen kunstvormen, leren ze deze te benutten, maken ze zich vaardigheden eigen en ontplooien zo hun talenten.

      Jij en Stress, een hersenles...

      De basisschool is voor velen al lang geen stressvrije plek meer waar je lekker kunt leren en rustig kunt lesgeven. De verwachtingen zijn hoog, de lat ligt hoog en de kans dat stressniveaus stijgen, is bij kinderen aanwezig. In onze hersenen is een prachtig systeem terug te vinden waarin goed geregeld is wanneer we rustig kunnen nadenken of wanneer er acuut gereageerd moet worden in tijden van stress. Dit systeem heeft een belangrijke overlevingswaarde, immers: als we in levensgevaar zijn, dan moeten we direct tot actie overgaan en niet rustig nadenken wat het beste is om te doen. Dan ben je namelijk vaak al te laat. De acute reactie op stress is vechten, vluchten of bevriezen, ook wel bekend als FIGHT-FLIGHT-FREEZE. Heel vaak gebeurt het dat kinderen, ouders, leerkrachten deze niet-nadenkende reactie vertonen op momenten dat er niet zo zeer sprake is van levensgevaar, maar dat er wel een grotere spanning (stress) wordt ervaren. Wat moet je doen als iemand zo’n onbegrijpelijke reactie heeft? En hoe kun je daarop reageren? Naast dat wij kinderen in een paar lessen leren hoe de hersenen werken, helpen we ze ook hun vaardigheid te vergroten in het reageren op stressvolle situaties. We doen dit door ademhalingstraining aan te bieden.  Het belangrijkst wat kinderen leren door de ademhaling is om het heft in eigen hand te nemen. Waar leerkrachten vaak de leidende rol op zich nemen, krijgen kinderen nu handvatten aangeboden om zelf actief iets te doen met stress. Hierin bieden de leerkrachten uiteraard hulp. Het ademhalen zorgt ervoor dat het limbisch systeem, het dolfijnenbrein, weer tot rust komt en de cortex, het uilenbrein, weer actief wordt. Met de cortex kan worden nagedacht. Dit leidt ertoe dat er weer een gesprek gevoerd kan worden zonder dat deze wordt geleid door stress en/of emotie.


      MINDgroep - Met Intelligentie Natuurlijk iets Doen

      Naast compacten, verrijken en verdiepen in de groep bieden wij voor leerlingen die significant meer aankunnen, maar daarbij een uitdaging hebben op het vlak van de executieve functies, een plekje in de MINDgroep aan. Per leerjaar is er MINDgroep-tijd beschikbaar. De MINDgroep is nadrukkelijk geen plusgroep: het gaat om leerlingen die de combinatie van cognitieve voorsprong én een ondersteuningsbehoefte op het gebied van executieve vaardigheden met zich meebrengen. Wanneer leerlingen nooit echt moeite hoeven te doen om zich leerstof eigen te maken, leren zij zichzelf geen nieuwe leerstrategieën aan. Zij kunnen door langdurige verveling of een fixed mindset onderpresteren en hiaten opbouwen. Voor deze leerlingen is uitdaging binnen hun zone van naaste ontwikkeling van groot belang.

      De pedagogiek en didactiek in de MINDgroep zijn afgestemd op de leereigenschappen en kenmerken van deze leerlingen. De MINDgroep is een ontmoetingsplek voor gelijkgestemden, waar leren denken, leren leren en leren leven centraal staan. Leren leren betekent: hoe kom je tot oplossingen op een systematische manier, hoe pak je iets aan, wat heb je nodig en welke leerstrategie pas je toe. Leren denken richt zich op analytisch, creatief en kritisch denken, waarbij vraagstukken van verschillende kanten worden bekeken en out-of-the-box denken wordt gestimuleerd. Leren leven gaat over inzicht in jezelf, ontdekken waar je goed in bent, maar ook leren doorzetten, omgaan met kritiek en flexibel zijn. De werkwijze van de leerkracht is daarbij vooral bevragend, zodat het proces bij de leerling zelf ligt.

      Werken aan de mindset van het kind speelt een belangrijke rol. Zonder een op groei gerichte mindset zal een kind geen moeite doen om zich iets nieuws eigen te maken. In de lessen worden kinderen uitgedaagd om verschillende denkvaardigheden in te zetten en te ontwikkelen, waarbij het opdoen van extra inhoudelijke kennis eerder bijvangst is dan doel.

      De MINDgroep-leerkracht vervult daarnaast een belangrijke rol binnen de school als geheel. Door nauw samen te werken met de groepsleerkrachten ondersteunt en inspireert zij hen bij het verrijken en uitdagen van cognitief sterke leerlingen in de eigen groep. Zo wordt de expertise van de MINDgroep niet alleen buiten de klas, maar ook binnen de reguliere lessen benut.

      Plaatsing in de MINDgroep vindt altijd plaats in overleg met de groepsleerkracht, de intern begeleider, de ouders en de MINDgroep-leerkracht. Het aanbod wordt zorgvuldig afgestemd op de onderwijsbehoefte van de leerling en na iedere periode geëvalueerd. Zodra de doelen zijn behaald, sluit de leerling zijn of haar periode in de MINDgroep af.

      Plusaanbod

      Leerlingen met kenmerken van een (hoog)begaafd profiel krijgen in de groep een verrijkings- en verdiepingsaanbod. De leerkrachten worden bij het ontwerpen van het onderwijsaanbod aan deze leerlingen ondersteund door de twee hoogbegaafdheidsspecialisten uit het team. 

      Het aanbod in de klas verrijken we met activiteiten buiten de klas. Het volgen van lessenreeksen bij de Erasmusuniversiteit , het gebruik maken van het lesaanbod van de Rijksuniversiteit van Leiden (leergang Rechten) en het bezoeken van bedrijven. Bij deze activiteiten ontdekken en ontwikkelen de leerlingen nieuwe vaardigheden en strategieën. 

      Schoolhond Toby

      De Fatimaschool heeft een schoolhond. Zijn naam is Toby en hij is een Australian Labradoodle. Een Labradoodle heeft een hypo-allergene vacht en verhaart praktisch niet.  De Fatimaschool wil dat alle kinderen zich sociaal en emotioneel zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Toby kan hier voor kinderen een bijdrage aan leveren.

      De inzet van Toby is voorafgegaan door een zorgvuldige procedure, waarbij de fokker, een gedragsspecialist, de MR en de directie betrokken zijn geweest. Tevens zijn er afspraken gemaakt hoe Toby van meerwaarde kan zijn in de school en hoe hij benaderd kan worden.

      Toby is op dinsdagochtend en donderdag op school en wordt vooral ingezet als positieve energie op vier poten. Alleen al zijn aanwezigheid zorgt voor veel onbevangenheid. Kinderen zijn, als ze bij hem zijn, even in het hier en nu. 

      Toby kan ook specifiek ingezet worden. Hij is erg helpend in het maken van verbinding. Ook kan hij het gedrag van de ander spiegelen, waardoor bewustwording van het eigen gedrag kan voortvloeien. Hij oordeelt niet en is er gewoon. Als een kind niet lekker in zijn vel zit of vanuit een vervelende situatie tot rust moet komen, kan Toby helpend zijn. Als een kind even met niemand wil praten, boos of verdrietig is, kan hij ondersteunend zijn in het verzachten van de emotie. Door alleen maar aanwezig te zijn en geaaid te worden, kan hij soms al een welkome partner zijn in een moeilijk gesprek. Uiteraard altijd in het bijzijn van zijn begeleider, die getraind en gecertificeerd is om een hond op school in te zetten.

    2. 2.1.2 Kerndoelen

      Door de leerstof aan te bieden met de  in 2.1.1  genoemde leermiddelen, de wijze waarop deze leermiddelen worden ingezet en de leertijd die wordt gereserveerd voor deze inhouden voldoet het schoolplan aan de kerndoelen en de wettelijke eisen zoals verwoord in artikel 9 van de Wet Primair Onderwijs.


      Het realiseren van een evenwichtige en samenhangende verdeling van leerinhouden over de leerjaren is een uitdaging die onze voortdurende aandacht vereist. Dit dynamische proces vereist een goede samenwerking tussen de leerkrachten, intern begeleiders en de directie. Met elkaar zorgen we ervoor dat het curriculum optimaal is afgestemd op de leerbehoeften en -doelen van de leerlingen. Door met regelmaat de doorgaande lijn te evalueren, beoordelen we of de leerinhouden evenwichtig en in samenhang verdeeld zijn over de leerjaren. Zo nodig worden op basis van deze feedback aanpassingen  gedaan om de doorgaande lijn verder te verbeteren.

    3. 2.1.3 Basisvaardigheden: rekenen, taal, burgerschap en digitale geletterdheid

      Leerlingen hebben voldoende basisvaardigheden nodig voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs en om later in de maatschappij goed te kunnen functioneren. Bovendien zijn deze basisvaardigheden nodig om kennis te vergaren bij alle andere vakgebieden. Wij erkennen het belang van goed taal- en rekenonderwijs. Wij zijn ons bewust van de resultaten die wij moeten behalen. De bij de schoolpopulatie passende doelstellingen zijn geformuleerd in hoofdstuk 2.1.4. Alle activiteiten die de school organiseert in het kader van het rijke aanbod, mogen nooit ten koste van het taal- en rekenonderwijs gaan. Burgerschap is geworteld in de Vreedzame School. 

      Burgerschap

      Vanuit het strategisch beleidsplan streeft de RVKO er naar de kinderen te leren om belangen af te wegen, keuzes te maken en een eigen weg te gaan met als doel dat ze voor zichzelf én voor anderen kunnen en willen zorgen en een zinvolle bijdrage leveren aan de maatschappij. Binnen de RVKO zien we grote verschillen in de achtergrond en levensvisie van medewerkers, ouders en leerlingen. We werken vanuit verbondenheid met ruimte voor deze verschillen. Vanuit de missie en de visie van de RVKO, laten we onze identiteit tot uiting komen via zeven kernwaarden: verwondering, respect, verbondenheid, zorg, gerechtigheid, vertrouwen en hoop.

      Een kind ontwikkelt zich tot burger, doordat:

      • het zich verwondert over al wat leeft. Leert kijken met eerbied en geduld om zich heen.
      • het de waardigheid van ieder mens leert te respecteren. En leert dat er vele achtergronden, meningen en wijsheden zijn om zich tot te verhouden.
      • het zich verbonden voelt met zichzelf, de ander en God. Het leert dat tegenslagen erbij horen en verbondenheid kan versterken.
      • het zorg draagt voor zijn omgeving. Het leert oog voor, oor naar en hart te hebben voor diegene die het nodig hebben.
      • het zoekt naar gerechtigheid in een oneerlijke wereld en probeert recht te doen aan de problemen die op z'n pad komen.
      • het kijkt met vertrouwen naar/in de harten van mensen. Het leert dat iedereen fouten maakt en probeert deze te vergeven.
      • het hoopt. En vanuit deze goede hoop: verwondert, respecteert, verbindt, zorgt, doet recht aan en vertrouwt dit kind.


      De school speelt een belangrijke rol in het verbinden van kinderen en jongeren met onze samenleving. Burgerschapsvorming is dan ook essentieel. De Fatimaschool wil voor leerlingen, ouders en collega's een omgeving zijn, waarin actief burgerschap en sociale integratie daadwerkelijk vormgegeven worden. In de dagelijkse lespraktijk zoeken we met elkaar naar aanknopingspunten om burgerschapsvorming gestalte te geven door:

      • Het creëren van een veilige en open sfeer; 
      • Vanuit onze onze katholieke identiteit ruimte te bieden om te mogen zijn wie je bent; 
      • Burgerschap een structurele plaats te geven in het curriculum.  In het thema-onderwijs van de onderbouw en in de wereldoriënterende vakken van de midden- en bovenbouw , maar ook vakoverstijgend zijn we steeds op zoek naar het binnenhalen van de buitenwereld door het bespreken van belangrijke vraagstukken;
      • Aandacht te besteden aan wat een democratie en democratisch handelen is. Dit komt o.a. tot uiting in de activiteiten van leerlingenraad van de Fatimaschool en de deelname aan het jaarlijkse nationale debattoernooi.  
      • Uit te gaan van kernwaarden zoals als verdraagzaamheid en solidariteit. Door middel van o.a. onze methode De Vreedzame School werken we doelbewust en gericht aan de ontwikkeling van deze waarden. We benaderen principieel op een positieve manier, immers: een positieve benadering lokt positief gedrag uit. De schoolregels zijn om deze reden ook positief opgesteld.
      • Onze leerlingenraad denkt mee over beleid en praktische zaken. De leerlingenraad wordt gevoed door onderwerpen die leven in de klassen en vanuit de bouwvergaderingen.
      • De Vreedzame School biedt ons een duidelijk programma om effectief te werken aan burgerschapsvorming. Wij observeren onze leerlingen en sturen bij waar nodig. De leerkrachten doen zoveel mogelijk preventieve interventies, zonodig wordt er bijgestuurd. Reflectie en intervisie op deze onderwerpen vindt veelal plaats in de leerjaar-, of bouwvergaderingen. 


      De Vreedzame School

      Van de peuterspeelzaal tot en met groep 8 worden de regels en afspraken van De Vreedzame School doorleefd. Alle professionals (ook TSO medewerkers, gastdocenten en/of andere vrijwilligers) op de Fatimaschool zorgen voor een veilige omgeving voor de leerlingen. "De filosofie van het programma De Vreedzame School staat voor Sociale competentie en Democratisch burgerschap. Het beschouwt de klas en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. Kinderen voelen zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de gemeenschap en staan open voor de verschillen tussen mensen."

      1. Vreedzame Scholen werken met een school- grondwet.
      Hierin staan sociale normen die passen bij de waarden uit de Nederlandse grondwet. De sociale normen komen ook terug in het les- programma en zorgen samen voor de in de wet genoemde cultuur. Dit sluit aan bij wetsartikel a.

      2. Positieve conflictoplossing is één van de hoofddoelstellingen.
      De Vreedzame School beschrijft en levert een structureel longitudinaal aanbod sociale en maatschappelijke competenties dat nodig is om te functioneren in een pluriforme democratische samenleving. Dit sluit aan bij wetsartikel b.

      3. Er is ruim aandacht in het programma voor  diversiteit en respect voor alle vormen van  diversiteit. Het vermogen om je in een ander te kunnen verplaatsen en het belang van inclusie en bestrijden van uitsluiting en discriminatie komen sterk in het programma naar voren. Dit sluit aan  bij wetsartikel c.

      4. Eén van de pijlers van het programma is het helpen vormgeven van de school tot een oefenplaats voor democratisch burgerschap en actieve participatie. Dit valt samen met wetsartikel d uit de verduidelijkte wet.

      5. De wet schrijft voor dat burgerschapsonderwijs doelgericht, samenhangend en herkenbaar aanwezig moet zijn en wordt beschreven vanuit visie, doelen, aanbod en evaluatie. De Vreedzame School heeft een theoretisch onderbouwde, heldere visie op burgerschap en vertaalt die naar de grote doelen die in de wet staan. Deze zijn in subdoelen uitgewerkt en gekoppeld aan structureel aanbod op het niveau van de school, de professional en de leerling. In het programma zit een evaluatie- instrument.

      Digitale geletterdheid

      Digitale geletterdheid bestaat uit vier domeinen; ICT Basisvaardigheden, Informatievaardigheden, Mediawijsheid en Computational thinking. In onze leerlijn beschrijven wij hoe we ons onderwijs vormgeven om een zo goed mogelijk aanbod te doen. Voor ons is belangrijk dat we een flexibel aanbod hebben dat past bij de belevingswereld van de leerlingen. Hiervoor zetten wij B-Bots, Cubetto, Scratch junior, Scratch, LEGO WEdo en LEGO Mindstorms in die van groep 1 tot en met 8 worden ingezet. De ICT-coördinatoren inspireren en ondersteunen de leerkrachten bij de activiteiten die de kinderen ondernemen. Er wordt  gewerkt aan een doorlopende leerlijn Mediawijsheid, ICT-vaardigheid en programmeren.De aanbodsdoelen van de SLO zijn hierbij leidend.


      Taalonderwijs

      De visie, doelen en inhoud van ons taalonderwijs werken wij cyclisch bij in onze kwaliteitskaarten. Daarnaast stelt de taal- en spellingscommissie volgens de PDCA-cyclus doelen op per schooljaar om de ontwikkeling van ons taalonderwijs te blijven stimuleren. Hierop evalueren we in ons jaarplan. Wij geloven in taalonderwijs waarbij de aanpak, instructie, verwerking en doelen zoveel mogelijk zijn afgestemd op individuele leerlingen binnen de mogelijkheden van de groep. Belangrijk is ook de aandacht voor de ontwikkeling van vaardigheden van de 21e eeuw, zoals leren leren, evalueren en plannen. Daarnaast wordt er nadruk gelegd op een evenwichtige benadering van cognitieve, creatieve en sociaal emotionele ontwikkeling, met vakoverstijgende aandacht voor verschillende ontwikkelingsgebieden. De kwaliteitskaart zoals opgesteld, is toegevoegd als bijlage. 

      Rekenonderwijs

      De visie, doelen en inhoud van ons rekenonderwijs werken wij cyclisch bij in onze kwaliteitskaarten. Daarnaast stelt de rekenscommissie volgens de PDCA-cyclus doelen op per schooljaar om de ontwikkeling van ons rekenonderwijs te blijven stimuleren. Om rekenonderwijs op maat te kunnen geven hebben wij onze eigen compactroutes ontworpen door verschillende onderwijsinhoudelijke commissies bij elkaar te brengen. Door een samenwerking van de commissie verrijking, rekenen, mind, IB, leerkrachten en directie is er voor alle niveaus een aanbod op maat dat aansluit bij de rekenuitdagingen die onze leerlingen hebben. Wij kunnen hierdoor makkelijk schakelen van intensieve hulp naar uitdaging. Hierop evalueren we in ons jaarplan en het is continu in ontwikkeling. Onze visie op het rekenonderwijs is dat we een sterk gedifferentieerd aanbod doen waarbij de leerkracht model staat voor de rekenoplossingen. De uitdaging zoeken we in de verbreding. Leerlingen ontwikkelen eigenaarschap en weten waar hun persoonlijke uitdaging ligt op rekengebied. 

      De kwaliteitskaart zoals opgesteld, is toegevoegd als bijlage.


      Mediawijsheid_Fatimasc....pdf

      2.2_Kwaliteitskaart_-_....pdf

      2.1.2_Kwaliteitskaart_....pdf

      2.1.1_Kwaliteitskaart_....pdf

      2.6_Kwaliteitskaart_-_....pdf

    4. 2.1.4 Referentieniveaus

      Om te bepalen of leerlingen genoeg geleerd hebben, kijkt de Inspectie van het Onderwijs sinds schooljaar 2020-2021 welke referentieniveaus de leerlingen beheersen voor lezen, taalverzorging en rekenen. Hierbij wordt rekening gehouden met de leerlingpopulatie van de school: de schoolweging. Om een stabiel beeld te krijgen, baseert de Inspectie van het Onderwijs het oordeel over de basisvaardigheden (de standaard OR1: Resultaten) op de behaalde referentieniveaus op de eindtoets van de laatste drie schooljaren. Hierbij worden twee indicatoren onderscheiden, waarin de behaalde referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen samengenomen worden:

      1. Fundamenteel niveau 1F = Het percentage leerlingen dat aan het einde van het basisonderwijs het fundamentele niveau 1F haalt voor taal en rekenen. In principe zou elke leerling dit niveau aan het einde van de basisschool moeten beheersen. De signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs voor 1F is gelijk voor alle scholen, namelijk 85%.
      2. Streefniveau 1S/2F = Het percentage leerlingen dat aan het einde van het basisonderwijs het hogere niveau (streefniveau) 1S voor rekenen en 2F voor taalverzorging en lezen haalt. Bij de introductie van de referentieniveaus stelde de commissie Meijerink de ambitie dat 65% van de leerlingen 1S/2F zou moeten kunnen halen. De signaleringswaarden van de Inspectie van het Onderwijs voor 1S/2F zijn afhankelijk van de schoolweging.

      Hieronder is de schoolweging van onze school te vinden per schooljaar en het driejaarsgemiddelde.

      schooljaarschoolwegingdriejaarsgemiddelde
      2020-202123,69
      2021-202223,75
      2022-202323,923,75
      2023-202424,7324,11
      2024-202524,7524,46
      2025-202624,7524,74
      2026-2027


      De signaleringswaarden en het landelijk gemiddelde die passen bij deze schoolweging staan in onderstaande tabel.

      referentieniveaus1f1s/2f
      signaleringswaarde85%58,6%
      landelijk gemiddelde97,4%69,5%


      De afgelopen drie schooljaren hebben we de volgende percentages op de referentieniveaus behaald op de onderdelen lezen, taalverzorging en rekenen.


      lezen
      taalverzorging
      rekenen

      1F2F1F2F1F1S
      2020-202198%89%99%83%98%61%
      2021-202299%74%96%73%95%45%
      2022-202399%85%100%82%96%63%
      2023-202499%84%96%49%94%52%
      2024-2025100%87%100%69%98%68%
      2025-2026100%92%100%68%97%60%







      gemiddeld 3jr100%88%99%62%96%60%


      Het driejaarsgemiddelde voor zowel 1F als 1S/2F  is: 

      driejaarsgemiddeldelaatste 3 schooljaren
      1F97,1%
      1S/2F67,4%


      Dit driejaarsgemiddelde ligt wel boven de signaleringswaarde/correctiewaarde die de Inspectie hanteert bij de beoordeling van de standaard OR1: Resultaten.

      Voor de komende jaren hebben we de volgende ambitieuze en realistische schoolnormen opgesteld voor onze school. Deze ambities gebruiken we om jaarlijks te reflecteren op de behaalde resultaten.


      ambitie lezen
      ambitie taalverzorging
      ambitie rekenen
      schoolplanperiode 2023-20271F2F1F2F1F1S
      2023-202499%83%99%80%97%65%
      2024-202599%83%99%80%97%65%
      2025-202699%83%99%80%97%65%
      2026-202799%88%99%72%97%65%


      Op basis van de behaalde resultaten in de afgelopen schooljaren stellen we de schoolnormen voor 2026-2027 bij. Voor lezen liggen de resultaten structureel boven onze eerdere ambitie; wij schroeven de ambitie voor 2F daarom op naar 88%. Voor taalverzorging 2F zien we over meerdere jaren een consistent patroon waarbij de behaalde scores lager liggen dan de gestelde ambitie; wij formuleren de ambitie daarom realistischer op 72%. Voor rekenen 1S handhaven wij de ambitie op 65%. De scores wisselen van jaar tot jaar, van 52% in 2023-2024 naar 68% in 2024-2025 en 60% in 2025-2026, wat een stabiele opwaartse bijstelling op dit moment niet rechtvaardigt. Wij verwachten de komende jaren rendement van de doorontwikkeling van ons rekenonderwijs en evalueren de resultaten jaarlijks in ons analysedocument.

    5. 2.1.5 Bewegen

      Vanaf schooljaar 2023-2024 zijn minstens twee lesuren bewegingsonderwijs verplicht op de basisschool (lesuren van 2 x 45 minuten of meer). De gymlessen zijn 1,5 uur per beweegmoment. De lessen worden gegeven door één van onze vakleerkrachten of een bevoegde groepsleerkracht. De groepen 4 en 5 zwemmen éénmaal per 2 weken een uur en wisselen dit af met éénmaal per twee weken gym. In het wijkoverleg aan de gemeente Rotterdam is aandacht gevraagd voor het tekort aan gymzalen in de wijk. Het is roostertechnisch niet mogelijk om aan de minimale verplichting te voldoen. De krapte aan gymzalen zorgt ervoor dat we niet kunnen uitbreiden.

      In totaal zijn meer dan 8 leerkrachten bevoegd om bewegingsonderwijs te geven. Daarnaast beschikken wij over 2 vakleerkrachten die bewegingsonderwijs kunnen verzorgen. 15 leerkrachten van groep 1 en 2 zijn bevoegd om bewegingsonderwijs en spellessen te verzorgen in groep 1 en 2.

    6. 2.1.6 Jonge Kind

      Visie op de ontwikkeling van het jonge kind (0-8 jaar) RVKO en SKPR

      Het onderwijs aan het jonge kind op onze school sluit aan bij de visie op de ontwikkeling van het jonge kind (0-8 jaar) van de RVKO en SKPR: 'Met elkaar, voor elkaar – een rijke start | Wortels om te groeien, vleugels om te vliegen.' Deze visie is uitgewerkt in een interactieve praatplaat en vormt de basis voor onze schooleigen visie.

      Schooleigen visie op het jonge kind

      'Ik zie je, ik hoor je, ik waardeer je'

      Spel is voor jonge kinderen de manier om de wereld te verkennen en staat aan de basis van ons kleuteronderwijs. We bieden onze jongste kinderen via spel waardevolle ervaringen die de potentie hebben om nieuwsgierigheid op te wekken, initiatieven te versterken en doelen tot stand te brengen die het kind voldoende kracht geven om door te groeien.
      De eigen inbreng van kinderen staat daarbij centraal. Bij de start van een thema zorgt de leerkracht voor voldoende inspiratie, maar richt de hoeken niet in zónder de kinderen. Samen bespreken we welke spelverhalen ze willen spelen en wat ze daarvoor nodig hebben. Zo ontstaat de thematische inrichting van de groep gaandeweg, vanuit de ideeën en initiatieven van de kinderen zelf. Dit maakt dat thema's echt leven en aansluiten bij de belevingswereld van de groep.
      De leerkracht observeert het spel en gaat met kinderen in gesprek om betekenisvolle onderwerpen te ontdekken. Vanuit deze observaties zoekt de leerkracht gericht de zone van de naaste ontwikkeling: dat wat het kind wil kunnen, maar alleen met hulp kan bereiken. Spel en bewegen zijn daarbij geen vrijheid-blijheid — er is altijd sprake van een beredeneerd aanbod op basis van het ontwikkelingsniveau van het kind en de groep.
      Gedurende de onderbouwperiode doorlopen onze kleuters spelenderwijs belangrijke mijlpalen op het gebied van persoonlijkheidsontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en executieve functies. Omdat de overgang van spelend naar formeel leren niet voor alle kinderen op hetzelfde moment plaatsvindt, is ons onderwijs tot in groep 3 adaptief en afgestemd op wat een kind nodig heeft.

      Zicht op de ontwikkeling van het jonge kind

      Voordat een kind bij ons start, sturen wij een anamnese naar de ouders/verzorgers. Hierin vragen wij naar de voorschoolse ontwikkeling van het kind. De intern begeleider verwerkt deze informatie en neemt indien nodig contact op met de ouders. Op deze manier hebben wij al vroeg zicht op de beginsituatie van ieder kind.

      De ontwikkeling van de kleuters wordt nauwlettend gevolgd via Edumaps, op meerdere ontwikkelingslijnen in de brede ontwikkeling. Als een kind vier jaar en drie maanden is, worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek over de eerste bevindingen. Vanaf vier jaar en negen maanden worden de bevindingen van de observaties met ouders besproken. Dit gebeurt niet op vaste momenten in het jaar, maar door het jaar heen, afhankelijk van de geboortedatum van het kind.

      Naast de observaties via Edumaps voeren de leerkrachten kindgesprekken om beter zicht te krijgen op de behoeften en interesses van ieder kind. Soms worden deze gesprekken ook gevoerd met de intern begeleider, om nog duidelijker in beeld te krijgen wat een kind nodig heeft.

      Bij signalen van een taalachterstand, een ontwikkelingsvoorsprong of andere zorgvragen schakelen wij tijdig de intern begeleider in. Waar nodig wordt externe ondersteuning ingeschakeld, zoals logopedie of fysiotherapie. Kinderen met een VE-indicatie brengen wij apart in beeld: wij registreren hoelang zij voorschoolse educatie hebben genoten en met welk VE-programma zij hebben deelgenomen, zodat de leerkracht zicht heeft op de beginsituatie van ieder kind.

      Bij zorgsignalen volgen wij een vaste maar laagdrempelige route. Soms begint die al vóór de eerste schooldag: als de anamnese daar aanleiding toe geeft, gaan wij al in gesprek met ouders over de voorschoolse ontwikkeling van hun kind, zodat we goed voorbereid zijn op de start. Eenmaal op school observeert de leerkracht de ontwikkeling van ieder kind via Edumaps en kindgesprekken. Ziet de leerkracht signalen, dan schakelt zij de intern begeleider in. Maar ook ouders kunnen signalen meebrengen en dat juichen wij toe. Ouders, leerkracht en intern begeleider trekken dan samen op om te bepalen wat het kind nodig heeft. Wij voeren altijd laagdrempelig contact met ouders over wat wij zien in de ontwikkeling van hun kind. Dat past bij de kleuterperiode: de ontwikkeling van jonge kinderen verloopt grillig en per kind heel verschillend. Juist daarom vinden wij het belangrijk om ouders vroeg en regelmatig te betrekken, zonder daar een drempel van te maken.

      Resultaatafspraken

      De Fatimaschool is op de hoogte van de resultaatafspraken rondom de vroegschool die gelden voor de gemeente Rotterdam en houdt zich daar ook aan. De resultaatafspraken zijn te vinden via onderwijs010.nl.

      Iedere school brengt de kinderen met een VE-indicatie (doelgroepkinderen) in beeld, evenals hoelang zij voorschoolse educatie hebben genoten en met welk VE-programma zij hebben deelgenomen. Dit gebeurt middels de intake met ouders/verzorgers en/of via de overdracht met de betrokken voorschool. Wij leggen deze informatie vast in het leerlingvolgsysteem. Op deze wijze heeft de leerkracht zicht op de beginsituatie van alle kinderen.

      Samenwerking met peuterspeelzaal Fatima

      De Fatimaschool werkt intensief samen met peuterspeelzaal Fatima van de SKPR. Het doel is het creëren van een doorgaande lijn tussen peuters en kleuters, waarbij kinderen en ouders gezien worden in de ontwikkeling van hun kind. De samenwerking is zichtbaar op de volgende wijze:

      Er vindt afstemming plaats over de thema's. De peuterspeelzaal wordt actief betrokken bij evenementen van de Fatimaschool. We verzorgen een doorgaande lijn in dagindeling, spel en activiteiten. De pedagogisch medewerkers van de peuterspeelzaal zijn actief betrokken bij de onderwijsontwikkeling van de Fatimaschool, en andersom. Er is een warme overdracht naar de Fatimaschool, waarbij goed gekeken wordt in welke klas een leerling het beste past. Eventuele zorgbehoeften worden samen met de intern begeleider van de Fatimaschool in kaart gebracht. Er vindt afstemming plaats over de pedagogische en didactische aanpak passend bij de schoolpopulatie. De intern begeleider van de Fatimaschool coacht ook bij de peuterspeelzaal.

      Het pedagogisch beleidsplan van peuterspeelzaal Fatima kunt u vinden op onze site.  

      Visie_Jonge_Kind_op_de....pdf

  2. 2.2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding

    1. 2.2.1 Zorgstructuur

      We werken vanuit onze visie om met goed onderwijs iedere leerling zo goed mogelijk voor te bereiden op zijn hoogste trede. Daartoe brengen we van ieder kind en iedere groep de onderwijsbehoeften in kaart en de leerkrachten handelen daarnaar. Onderwijsbehoeften richten zich op de ontwikkelingsmogelijkheden en kansen van leerlingen. Dat betekent dat we het onderwijs zoveel mogelijk kindgericht aanbieden. De aanpak, instructie, verwerking en doelen zijn zo veel mogelijk afgestemd op de individuele leerlingen binnen de mogelijkheden van de groep. Voor de ontwikkeling van kinderen kijken we naar de cognitieve, sociaal emotionele, motorische en creatieve ontwikkeling. In onze visie komen kinderen tot leren in een veilige leeromgeving, in een goede relatie tot leerkrachten en medeleerlingen, waar ze zich competent voelen en eigenaarschap ervaren over hun leerproces.

      We volgen de basisschoolleerlingen vanaf het moment van twee maanden voor het vierde levensjaar. De leerlingen die op de peuterspeelzaal gestart zijn, volgen we vanaf hun tweede levensjaar middels Edumaps.  We vragen ouders een uitgebreide anamneselijst in te vullen, welke de basis vormt voor een goede start in de groep. Indien nodig, volgt er een startgesprek tussen de leerkracht, intern begeleider en ouders. 

      We volgen de leerlingen door middel van observaties in de klas, Edumaps, de SLO-doelen (groep 2), de methodegebonden en niet-methodegebonden toetsen (IEP) en het volgsysteem op sociaal emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen (IEP). De resultaten van de methode en niet-methode gebonden toetsen worden na elke toets geanalyseerd en geëvalueerd door de leerkrachten. Hiermee kunnen we doelgericht sturen op de extra ondersteuning, begeleiding, verdieping en verrijking. De Vreedzame School wordt ingezet om de doelen van Edumaps en IEP kracht bij te zetten. Daarnaast wordt er met regelmaat gebruik gemaakt van externe deskundigen voor de leerkracht of met een lesaanbod voor de leerlingen. Dit gebeurt op kleine schaal of klasbreed, al naar gelang het gestelde ontwikkeldoel. Voorbeelden van het externe aanbod dat wij met regelmaat inzetten zijn: ‘Confrotheater’, ‘Groepsgeluk’, ‘IJzer smeed je als het koud is’, 'Safe Schools' en ‘Rots & Water’. 

      De leerlingen die extra zorg of begeleiding ontvangen vanuit de intern begeleider, worden driewekelijks besproken in het directie-IB overleg.

      Ieder half jaar voeren de intern begeleiders leerjaarbesprekingen en leerlingbesprekingen met als doel veranderende (sociaal-emotionele en cognitieve) onderwijsbehoeften in kaart te brengen en de leerkracht handvatten te geven om hieraan tegemoet te komen. In de groepen 1-2 wordt gewerkt vanuit een themaplan. Hierin worden de SLO-doelen geïntegreerd in het thema, waardoor er een gedifferentieerd aanbod ontstaat. 

      De midden- en bovenbouwgroepen werken op de hoofdvakken gedifferentieerd in ten minste drie niveaugroepen. Er is een verschuiving ontstaan door nieuwe zienswijzen in de praktijk van het kindgericht lesgeven in de groepen. Onder andere door schaduwtoetsen, verwerking op de Chromebooks, invullen door de leerlingen van rekenmeters en het maken van startopgaven is de verwerking van de hoofdvakken steeds meer kindgericht. De rekenmethode Pluspunt 4 schaalt bij ieder rekendoel het niveau. De leerling en leerkracht hebben bij ieder doel inzicht in de ontwikkeling. De combinatie van eigen, persoonlijke taken en verrijkings- en verdiepingstaken zorgen voor persoonlijke leerlijnen. Het onderwijsleergesprek dat ontstaat tussen de leerling en de leerkracht speelt hierin een essentiële rol.  

      Door bovenstaande ontwikkelingen merkten we dat onze groepsplannen niet altijd meer passend zijn. Per dag en per leerdoel kan de behoefte van een leerling om al dan niet verlengde instructie/ de compact route te volgen, wisselen. Dit betekent ook dat er een verschuiving optreedt in het werken met de drie niveaugroepen (kleuren). In schooljaar ‘18-‘19 zijn we dan ook een pilot gestart met groepsplanloos werken. Op basis van de positieve ervaringen zetten we deze ontwikkeling voort.

      Eigenaarschap

      De driehoekgesprekken (kind, ouder en school) dragen zeer bij aan het op maat maken van het aanbod. De mate van inzicht in de eigen leerdoelen wordt gestimuleerd door het gebruik van ‘spellingcontroles’, ‘rekenmeters’ en voortoetsen. De leerlingen ontwikkelen zicht op hun onderwijsontwikkeling en krijgen inspraak in de doelen die zij tijdens de rapportgesprekken voor de komende periode opstellen. Leerlingen worden ook betrokken bij het maken van een OPP in de bovenbouw.

      De ambitie is er om alle middelen die wij gebruiken voor ‘zicht op ontwikkeling’ te bundelen in een portfolio. Zo ontstaat er een breder beeld van de ontwikkeling van een kind. 

      Kerndoelen en referentieniveaus

       In de methodes die worden aangeschaft en gebruikt op de Fatimaschool komen de kerndoelen terug. Hierdoor komen alle kerndoelen aan bod gedurende de schoolloopbaan van een kind. Sinds schooljaar ‘19-’20 stellen wij alle schooldoelen in referentieniveaus op. Bij OR1 zijn deze zichtbaar. 

      Leerlijn onderzoeken en presenteren

      Vanaf jongs af aan stimuleren we kinderen om te presenteren en een onderzoekende houding aan te nemen. Bij deze leerlijn leren kinderen presenteren (boekbesprekingen, spreekbeurten en pitches), maar ook onderzoeken door het maken van muurkranten en werkstukken. Hierbij speelt peer-feedback en criteria opstellen met de klas een belangrijke rol. Naast de leerlijn is er voldoende ruimte voor leerkrachten om te experimenteren. Zo maken de leerlingen uit groep 8 een video over zichzelf in het Engels en zijn  de spreekbeurten in groep 7 vervangen door korte, krachtige pitches


      Ons proces van kwaliteitszorg op de school bestaat uit:

      • het schoolplan (met link naar doelen uit het strategisch beleidsplan RVKO /jaarplan/evaluatie
      • de doelen die we ons stellen / de evaluatie van de gestelde doelen
      • de analyse van de resultaten (opbrengsten)/ de analyse van het onderwijsproces
      • de analyse van de personele ontwikkeling en het pedagogisch / didactisch handelen
      • de analyse van de veiligheid
      • de communicatie met het team, de medezeggenschapsraad en andere stakeholders, zoals de gemeente Rotterdam. 


      Differentiatie

      De midden- en bovenbouwgroepen werken op de hoofdvakken gedifferentieerd in ten minste drie niveaugroepen. De basisgroep krijgt instructie en kan daarna zelfstandig verwerken. De compactgroep krijgt de stof compact aangeboden en gaat daarna aan de slag met verrijkings- en verdiepingsmateriaal. De verlengde instructiegroep krijgt naast de instructie nog verlengde instructie en/of herhaling van oude doelen. Er is een verschuiving ontstaan door nieuwe zienswijzen in de praktijk van het kindgericht lesgeven. Onder andere door schaduwtoetsen, verwerking op de Chromebooks, het invullen door de leerlingen van rekenmeters en het maken van startopgaven is de verwerking van de hoofdvakken steeds meer kindgericht geworden. De rekenmethode Pluspunt 4 schaalt bij ieder rekendoel het niveau. De leerling en leerkracht hebben bij ieder doel inzicht in de ontwikkeling. De combinatie van eigen, persoonlijke taken en verrijkings- en verdiepingstaken zorgt voor persoonlijke leerlijnen. Het onderwijsleergesprek tussen de leerling en de leerkracht speelt hierin een essentiële rol.

      Per dag en per leerdoel kan de behoefte van een leerling om al dan niet verlengde instructie of de compactroute te volgen, wisselen. In schooljaar 2018-2019 zijn we een pilot gestart met groepsplanloos werken, die we hebben gecontinueerd. We hebben kwaliteitskaarten ontwikkeld waarin per vakgebied de gewenste werkwijze en de gewenste vorm van differentiëren duidelijk zijn omschreven. De groepsleerkrachten houden, in nauwe samenwerking met de intern begeleiders, bij welke leerling welke lesstof nodig heeft. In de verslaglegging wordt verwezen naar de vaste afspraken, werkvormen en materialen die in de kwaliteitskaart van het desbetreffende vak omschreven zijn.

      In de onderbouw wordt gewerkt vanuit themaplannen. Hierin worden alle groep 2 leerlingen opgenomen, de doelen per ontwikkelingsgebied uitgeschreven en beschrijft de leerkracht de aanpak. Iedere zeven à acht weken wordt het themaplan geëvalueerd en aangepast voor de volgende periode.


    2. 2.2.2 Leerlingvolgsysteem

      Om dit onderwijs goed te verzorgen, hebben wij op school naast groepsleerkrachten ook vier intern begeleiders. Om van alle kinderen de ontwikkeling goed te kunnen volgen, hanteren wij een leerlingvolgsysteem.  De peuters en de kinderen uit groep 1-2  worden gevolgd middels het Edumaps(= OntwikkelingsVolgmodel van Memelink), waarbij zowel de cognitieve vaardigheden als de sociaal-emotionele vaardigheden worden geregistreerd. 

      Voor de groepen 3 t/m 8 volgen we de leerlingen door middel van observaties in de klas, methodegebonden en niet-methodegebonden toetsen. Deze toetsen betreffen de leergebieden rekenen, spelling, begrijpend lezen en technisch lezen. In groep 8 doen de kinderen mee aan de doorstroomtoets. Ieder half jaar voeren de intern begeleiders leerjaarbesprekingen en leerlingbesprekingen met als doel veranderende (sociaal-emotionele en cognitieve) onderwijsbehoeftes in kaart te brengen en de leerkracht handvatten te geven om hieraan tegemoet te komen. De intern begeleider heeft regelmatig overleg met de leerkrachten naar aanleiding van de hierboven  beschreven toetsen en/of zorgvragen bij bepaalde leerlingen.

      Vanaf schooljaar 2023-2024 zijn wij gestart met IEP (Inzicht Eigen Profiel) als leerlingvolgsysteem en hebben wij afscheid genomen van het CITO leerlingvolgsysteem. Naast de essentiële vakgebieden zoals taal en rekenen, hechten wij ook veel belang aan andere vaardigheden, zoals het welbevinden, de aanpak van taken, interesses en welzijn. Deze factoren zijn van cruciaal belang voor de algehele ontwikkeling van een kind. Het IEP LVS omvat toetsen en meetinstrumenten die verder gaan dan taal en rekenen, namelijk leeraanpak, sociaal-emotionele ontwikkeling en creatief vermogen. Bij IEP wordt dit hoofd, hart en handen genoemd, omdat het een compleet beeld geeft van wat een kind weet, creëert en voelt. De toetsen zijn korter van duur, wat gunstig is voor de concentratie en motivatie van de leerlingen. Een belangrijk voordeel van de digitale afname is dat de resultaten direct beschikbaar zijn, waardoor de toets een hulpmiddel wordt om de volgende stap in het leerproces te zetten. Het IEP LVS biedt herkenbare resultaten voor zowel de leerkracht als de leerling, gericht op de positieve ontwikkeling die elke leerling op zijn eigen niveau kan doormaken. Leerlingen worden niet met elkaar vergeleken; het individuele groeiproces is leidend.

      Omdat betrouwbare trendanalyses minimaal drie meetjaren vragen, bouwen wij de komende jaren steeds meer vergelijkingsmateriaal op. Vanaf schooljaar 2026-2027 kunnen wij op basis van IEP-data voor het eerst schoolbrede meerjarige analyses maken die een volledig en betrouwbaar beeld geven van de ontwikkeling van onze leerlingen.

      Voor taal en rekenen worden resultaten vanaf leerjaar 6 uitgedrukt in referentieniveaus (1F, 1S en 2F). De referentieniveaus geven aan wat de leerling moet kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen op belangrijke momenten in zijn schoolloopbaan. De bedoeling van het meten van de referentieniveaus is het verbeteren van de taal- en rekenvaardigheden van leerlingen. Ook zorgen ze voor een betere aansluiting tussen het taal- en rekenonderwijs in de verschillende onderwijssectoren po, vo en mbo omdat ze op al die niveaus gemeten worden. Het doel is dat leerlingen aan het eind van de basisschool 1F beheersen en er wordt gestreefd naar het hogere niveau 1S en 2F. In het jaarplan zijn ook doelen opgenomen om ons steeds verder te verdiepen in het werken met de referentieniveaus.

      Voor de implementatie van IEP nemen wij vier jaar de tijd en de activiteiten zijn ook opgenomen in het jaarplan. Naast de werkgroep is er een afvaardiging van ieder leerjaar, zodat we de implementatie zoveel mogelijk op maat kunnen uitvoeren. We nemen ouders zoveel mogelijk meenemen in de veranderingen. IEP heeft de mogelijkheid om op verschillende momenten te toetsen om zo de toetsdruk te reduceren. Het eerste jaar houden wij onze reguliere toetskalender aan. Na het eerste jaar zal er in overleg met de MR gekeken worden naar een passende gesprekken- en toetscyclus.

      Groep 1-2

      leeftijdactiviteit
      4.3voortgangsgesprek op basis van voortgang tussendoelen
      4.9voortgangsgesprek op basis van voortgang tussendoelen
      5.3 voortgangsgesprek op basis van voortgang tussendoelen
      5.9voortgangsgesprek met onderwijsvoorwaarden van groep 3
      6.3voortgangsgesprek met onderwijsvoorwaarden van groep 3


      Groep 3 t/m 8

      maandactiviteit
      oktoberHart Handen gesprekken 
      januarivoorlopig advies groep 8
      februaridoorstroomtoets groep 8
      februarirapport 1 & IEP Hoofd Hart Handen mee
      februariHoofd Hart Handen gesprekken
      maartdefinitief advies groep 8
      maartpre-advies groep 7
      julirapport 2 & IEP Hoofd Hart Handen mee (gesprekken indien wenselijk)


    3. 2.2.3 Toetsen en observatiemodellen

      Groep 1-2:

      Binnen het leerlingvolgsysteem Edumpas worden de volgende ontwikkelingsgebieden geobserveerd:

      • Basale ontwikkeling

      Zelfbeleving, zelfbesef, competentie

      Zelfstandigheid, autonomie

      Zelfredzaamheid

      Relatie met volwassenen

      Relatie met kinderen

      • Lezen

      Ontluikende geletterdheid, lezen

      • Motoriek

      Grote motoriek

      Kleine of fijne motoriek

      • Rekenen

      Tellen en ordenen

      Bewerkingen van basisvaardigheden (getallen en getalrelaties)

      • Speel- en leergedrag

      Spelontwikkeling

      Motivatie

      Taakgericht gedrag

      • Spraak- en taalontwikkeling

      Taalinhoud (woordenschat, semantiek, taalbegrip)

      Taalgebruik

      • Zintuiglijke ontwikkeling

      Visuele waarneming

      Auditieve waarneming

      Naast bovenstaand instrument wordt er binnen de groepen 1-2 gebruik gemaakt van de SLO-doelenlijsten. Deze lijsten worden ingezet om zicht te krijgen op de ontwikkeling van twijfel- en herfstleerlingen. Aan de hand van deze gegevens wordt de extra ondersteuning, binnen en buiten het klaslokaal, ingericht. Hierbij valt te denken aan extra begeleiding buiten de klas, binnen een klein groepje. Bij deze begeleiding wordt gebruik gemaakt van verschillende ontwikkelingsmaterialen en werkvormen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de SLO-doelen. Deze gegevens worden genoteerd in de verschillende themaplannen die ieder thema door de leerkrachten worden gemaakt.

      Wanneer er twijfel blijft bestaan bij leerlingen wordt er door de intern begeleider Struiksma (leesvoorwaarden) en UGT-r (rekenvoorwaarden) afgenomen om te kunnen bekijken waar een leerling staat in zijn/haar ontwikkeling. Eventueel wordt er in overleg met ouders thuis gewerkt met het leesondersteuningsprogramma 'Bouw' van Lexima. 

      Voor het stimuleren van de fijn motorische ontwikkeling werken wij met de methode 'Krullenbol'. Krullenbol is een methode voorbereidend schrijven die de leerkracht bewustmaakt van het ontwikkelingsproces dat een kleuter doorloopt om tot schrijven te komen. Als uit observaties blijkt dat een leerling behoefte heeft aan extra ondersteuning op motorisch gebied kan er gebruik worden gemaakt van de individuele begeleiding door de fysiotherapeuten op school.

      Groep 3-8:

      • Lijn 3 (methodegebonden toetsen en observaties voor lezen)
      • Methodetoetsen (rekenen, begrijpend lezen, spelling, zaakvakken)
      • Observaties (lezen)
      • Mijlpalentoets: Indien een leerling onvoldoende ontwikkeling maakt op het gebied van  rekenen/ wiskunde (vanaf M3) wordt de mijlpalentoets afgenomen (ieder half jaar t/m groep 5)
      • IEP (hoofd, hart en handen)
        • Half jaarlijkse niet-methodegebonden toetsen voor lezen, rekenen, begrijpend lezen en taalverzorging
        • Leeraanpak:
          • doorzettingsvermogen;
          • prestatievermogen;
          • plannen;
          • organiserend vermogen.
        • Sociaal-emotionele ontwikkeling:
          • zelfmanagement;
          • empatisch vermogen;
          • sociale vaardigheden;
          • beheersing van gevoelens;
          • uiten van gevoelens.
        • Creatief :
          • trots op het werk zijn;
          • anders durven zijn;
          • vindingrijkheid;
          • volharding;
          • interactie met anderen;
          • output-gerichtheid;
          • nieuwsgierigheid.


    4. 2.2.4 Opbrengstanalyse

      Na de middentoetsen voeren de intern begeleiders leerjaarbesprekingen met de leerkrachten binnen een leerjaar, hier is directie ook bij aanwezig. Doorlopend is er contact over individuele leerlingen.

      Tijdens deze besprekingen komt de dialoog op gang tussen de leerkrachten en de intern begeleiders over hoe het onderwijs wordt vormgegeven. De veranderende (sociaal-emotionele en cognitieve) onderwijsbehoeften worden in kaart gebracht. Vanuit onze visie dragen we gezamenlijk verantwoording en leren we van en met elkaar. We stemmen het leerkrachtgedrag af op de groep en individuele leerling. We luisteren en bevragen elkaar zo nodig kritisch. We handelen oplossingsgericht, geven elkaar feedback en reflecteren op onze handelingswijzen. Het doel van de analyses en de gesprekken is om cyclisch te werken, vastleggen wat er wordt gedaan in de klas, de werkwijze in de school en waarom deze werkwijze wordt toegepast. Dit alles zodat er na een periode kan worden gereflecteerd: wat werkt wel en wat niet, om zo het proces te verbeteren. Zo ontstaat er een eenduidige werkwijze, die passend is bij de school en bij het bestuur. Eventuele aanpassingen verwerken we in onze kwaliteitskaarten.

      Jaarlijks maken we een bewuste keuze over de vorm van de procesevaluatie. Soms kiezen we voor een schoolbrede evaluatie met het hele team, waarbij we vanuit een helikopterview de opbrengsten bespreken en het proces dat daaraan vooraf is gegaan. Leerkrachten geven aan hoe ze de komende maanden hun onderwijs vorm willen geven en presenteren per leerjaar de al dan niet behaalde doelen met onderbouwing. Na de presentatie is er gelegenheid tot het stellen van vragen, wat waardevolle dialogen oplevert. In andere jaren kiezen we voor verdiepende gesprekken per leerjaar, waarbij directie en intern begeleiders aansluiten. Deze gesprekken bieden de ruimte om specifiek in te zoomen op wat er per leerjaar nodig is en welke aanpassingen in het onderwijs gewenst zijn. Zo stemmen we de vorm van evaluatie af op wat dat moment het meeste oplevert voor de onderwijskwaliteit.

      Half jaarlijks analyseren de intern begeleiders de onderwijsresultaten om vervolgens het onderwijs met de bouwen, leerjaren en groepen af te stemmen. Doorlopend is er contact over individuele leerlingen. Missies, ambities en doelen worden met specifieke leerjaren, groepen en bouwen voorafgaand aan het schooljaar al gedeeld. Dit komt vervolgens terug in de leerjaarbesprekingen. De halfjaarlijkse analyses worden ook besproken tijdens directie-IB en worden er mogelijk acties uitgezet om het onderwijs aan te passen naar behoefte. Bij mogelijke stagnatie gaan we verder onderzoeken (gesprekken met leerkrachten, analyses van methodetoetsen) om vervolgens hier ons onderwijs weer op bij te sturen. Aan het eind van ieder schooljaar maakt de interne begeleiding samen met directie een jaaranalyse van de behaalde resultaten.

      Leerkrachten analyseren zoveel mogelijk met de leerlingen samen, op basis van de methodegebonden en niet-methodegebonden toetsen en de resultaten uit IEP (Hoofd, Hart en Handen). Zo krijgt de leerling op eigen niveau inzicht in eigen vaardigheden en kunnen we samen het onderwijs in de dagelijkse praktijk in overleg bijsturen.

      Er vinden met regelmaat overlegmomenten plaats die als doel hebben de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en lopende zaken te bespreken. Dit gebeurt middels MT-vergaderingen, bouwvergaderingen, directie-IB overleg en directie-bouw overleg.

    5. 2.2.5 Passend onderwijs

      PPO Rotterdam

      Indien er hulp nodig is buiten de basisondersteuning (zie stroomdiagram zorgstructuur) kan de intern begeleider, met toestemming van ouders/verzorgers, advies inwinnen bij de schoolcontactpersoon van Passend Primair Onderwijs Rotterdam. Bij blijvende zorgen kan de intern begeleider in samenwerking met de leerkracht besluiten advies en/of externe hulp vanuit het OAT (Onderwijs Arrangeer Team) aan te vragen. Dit OAT bestaat uit onderwijsprofessionals die hulp kunnen bieden op de diverse en meest voorkomende aandachtsgebieden. Het OAT arrangeert zo mogelijk passende ondersteuning aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. In dit geval wordt ook altijd een OPP (OntwikkelingsPerspectiefPlan) voor het kind opgesteld.

      OPP en eigen leerlijnen

      Mocht een leerling niet met het aanbod van de groep mee kunnen komen, dan is onze intentie om hem in ieder geval tot en met groep 5 met de leerstof van de groep mee te laten doen. Lukt het een leerling niet om aansluiting te houden met de stof, dan kunnen we vanaf groep 6 starten met een eigen leerlijn voor één hoofdvak, in de praktijk blijkt dit meestal rekenen te zijn. Dit betekent dat de leerling een individuele verwerkingsroute volgt met individuele instructie, aangepast op zijn niveau. Hiervoor is het noodzakelijk dat een leerling een goede zelfstandige werkhouding heeft. De leerling krijgt tevens toetsen op niveau. Doordat een leerling met een eigen leerlijn niet het niveau van eind groep 8 zal halen voor dat vak, stellen we een OPP op. Hierin leggen we de aanpak vast en het geschatte uitstroomniveau. Ieder half jaar wordt dit geëvalueerd. Er is geen schoolbudget beschikbaar vanuit PPO Rotterdam. Binnen de formatie wordt ieder jaar gekeken of er extra middelen beschikbaar zijn die het mogelijk maken om een ambulante leerkracht leerlingen met eigen leerlijnen te begeleiden.

      Passend onderwijs

      Scholen moeten ervoor zorgen dat elk kind een passende plek krijgt, ook als een kind extra begeleiding of ondersteuning nodig heeft. Dit heet zorgplicht. De zorgplicht geldt voor kinderen die al op school zitten, maar ook voor kinderen die worden aangemeld. Hiermee willen we in Nederland voorkomen dat kinderen van school naar school worden gestuurd.

      De zorgplicht gaat in wanneer ouders hun kind schriftelijk aanmelden bij de school van voorkeur. De school onderzoekt dan of de leerling bij hen op school terecht kan. Scholen kunnen daarvoor om extra informatie vragen bij ouders en ouders moeten deze ook geven, dit heet informatieplicht. Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden, dan moet het schoolbestuur zorgen voor een onderwijsplek die wel passend is. Dit kan op een andere school in de buurt zijn of op een school voor speciaal (basis)onderwijs. Er zijn bij ons geen vaste aantallen voor het aantal leerlingen in de klas. Wel kan de school op basis van de zorgzwaarte van een groep een afweging maken om een leerling niet te plaatsen.

      Om het bovenstaande mogelijk te maken, werken de basisscholen samen in een samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Wij zijn als school verbonden aan PPO Rotterdam. In het samenwerkingsverband organiseren scholen de onderwijszorg voor kinderen zo goed mogelijk. Ouders/verzorgers worden hier nauw bij betrokken. Heeft u als ouder vragen over passend onderwijs, dan kunt u ook terecht bij het Ouder- en Jeugdsteunpunt van PPO Rotterdam: https://pporotterdam.nl/ouder-jeugd-steunpunt/

      Passend onderwijs op school

      Wanneer een kind op school wordt aangemeld, zal de school zoveel als mogelijk proberen een passende onderwijsplek te bieden. Alle scholen moeten aan de door het samenwerkingsverband vastgestelde basisondersteuning voldoen. Aanvullend daarop kunnen scholen ook extra vormen van ondersteuning bieden. Bij de aanmelding moeten ouders/verzorgers alle belangrijke informatie over hun kind kenbaar maken aan de school, ook de mogelijke extra ondersteuning die hun kind nodig heeft. Tevens moeten ouders/verzorgers aangeven of hun kind bij meerdere scholen is aangemeld en welke de eerste school van aanmelding is. De school heeft vervolgens zes weken de tijd om te bekijken of het kind kan worden toegelaten, deze termijn kan met vier weken worden verlengd. Tijdige aanmelding is dan ook erg belangrijk.

      Kan de school een kind niet toelaten, dan moet het schoolbestuur het kind een passende onderwijsplek op een andere school aanbieden. Het zoeken naar een alternatieve, passende onderwijsplek doet de school uiteraard in overleg met de ouders/verzorgers. Voor kinderen waarvoor bij het samenwerkingsverband extra ondersteuning wordt aangevraagd, wordt een OPP opgesteld. Dit heeft als doel om duidelijk te krijgen wat de mogelijkheden van een kind zijn en hoe deze zo optimaal mogelijk kunnen worden ontwikkeld. Ouders/verzorgers en de school zijn samen verantwoordelijk voor de randvoorwaarden waaronder een kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. We noemen dat educatief partnerschap, waarbij open en eerlijke communicatie van groot belang is, vanaf de aanmelding tot en met de overgang naar het voortgezet onderwijs.

      Ondersteuningsaanbod

      In ons ondersteuningsaanbod geven wij aan waar onze grenzen liggen en welke ambities wij hebben als het gaat om voor zoveel mogelijk kinderen onderwijs te bieden dat past bij hun onderwijsbehoeften. Samengevat geeft ons ondersteuningsaanbod een antwoord op de volgende vragen: voor welke kinderen is er al een passend aanbod, voor welke kinderen hebben we een passend aanbod met behulp van externe partners, voor welke kinderen kunnen of willen we geen passend aanbod realiseren, in welke richting wil de school zich ontwikkelen, welke expertise hebben we nu al in huis en voor welke kinderen wordt in de komende periode een aanbod ontwikkeld dat er nu nog niet in voldoende mate is. Het ondersteuningsaanbod is tot stand gekomen door bespreking in het team, overleg tussen directie en de intern begeleiders en na bespreking met de medezeggenschapsraad. De volledige beschrijving van ons ondersteuningsaanbod is te vinden in sectie 2.4.

      Van passend naar inclusief onderwijs

      Passend onderwijs gaat over het vinden van een geschikte plek voor elk kind. Inclusief onderwijs gaat een stap verder: het gaat over een school die zich zodanig ontwikkelt dat meer kinderen er daadwerkelijk bij horen en meedoen, zonder dat zij zich voortdurend moeten aanpassen aan een systeem dat niet op hen is ingericht. Wij onderschrijven de richting die het VN-Verdrag Handicap aangeeft, namelijk dat onderwijs in 2035 volledig inclusief moet zijn.

      Op de Fatimaschool werken we vanuit de overtuiging dat inclusief onderwijs niet iets is wat je op een dag invoert, maar iets wat je stap voor stap ontwikkelt. In juni 2026 hebben we met het team een eerste verkenning gemaakt van waar wij als school staan en wat inclusiever werken voor ons betekent. Onze sterke punten liggen in de warme en laagdrempelige schoolcultuur, de toekomstige samenwerking met externe partners zoals PPO Rotterdam, de RECON en de Mattheus, en onze ervaring met differentiëren en maatwerk bieden binnen de groep. Tegelijkertijd zijn we eerlijk over wat er nog niet is: voldoende concrete handvatten vanuit het Rijk en de RVKO, de uitdaging van grotere klassen en beperkte ondersteuningscapaciteit, en de vraag hoe we als school de kennis en vaardigheden kunnen blijven ontwikkelen die inclusiever werken vraagt.

      We zien de inclusieladder van de RVKO als een bruikbaar kader om onze ontwikkeling in beeld te brengen en het gesprek met het team te blijven voeren. De komende jaren willen we gericht stappen zetten, in eigen tempo en vanuit onze eigen identiteit als dorpsschool midden in de stad.


      gecomprimeerd_Schoolon....pdf

  3. 2.3. Pedagogisch-didactisch handelen

    1. 2.3.1 Visie

      'Samen op weg naar jouw hoogste Trede!'


      We werken vanuit onze visie om met goed onderwijs iedere leerling zo goed mogelijk voor te bereiden op zijn hoogste trede. Daartoe brengen we van ieder kind en iedere groep de onderwijsbehoeften in kaart en de leerkrachten handelen daarnaar. Onderwijsbehoeften richten zich op de ontwikkelingsmogelijkheden en kansen van leerlingen. Dat betekent dat we het onderwijs zoveel mogelijk kindgericht aanbieden. De aanpak, instructie, verwerking en doelen zijn zo veel mogelijk afgestemd op de individuele leerlingen binnen de mogelijkheden van de groep. Voor de ontwikkeling van kinderen kijken we naar de cognitieve, sociaal emotionele, motorische en creatieve ontwikkeling. In onze visie komen kinderen tot leren in een veilige leeromgeving, in een goede relatie tot leerkrachten en medeleerlingen, waar ze zich competent voelen en eigenaarschap ervaren over hun leerproces.

    2. 2.3.2 Didactisch handelen

      De geformuleerde kerndoelen worden behaald met behulp van de genoemde methoden die voldoen aan de kerndoelen. De leerkrachten handelen op basis van informatie over de leerlingen, welke vergaard wordt door observatie en het beoordelen van het gemaakte werk. Niet alleen het product, maar ook het proces is onderwerp van de observatie. De leerkrachten stemmen het aanbod af op het beoogde eindniveau. Zij kiezen voor een logische opbouw van de lesstof. Deze omvat kennis, vaardigheden en attitudes. Daarnaast is er volop aandacht voor afstemming in instructie, tijd en materiaal, zowel bij de ondersteuning als de uitdaging. Het onderwijs wordt ingericht in instructiemomenten en oefenmomenten. De leertijd wordt hierbij zo effectief mogelijk benut. De leerkrachten geven instructie volgens het directe instructiemodel. Om de betrokkenheid bij de leerlingen te vergroten, maken de leerkrachten hierbinnen gebruik van coöperatieve werkvormen. Essentieel voor het directe instructiemodel zijn niet de zeven te onderscheiden fasen, maar is de interactieve invulling ervan. Het is van belang dat de volgende interactieve principes bij het werken met het directe instructiemodel worden toegepast: Ieren steunt op goede interpersoonlijke relaties; leerkrachten moeten gericht zijn op het geven van feedback en feed forward aan leerlingen; tijdens het lesgeven en leren dient het begrijpen waar het om gaat centraal te staan; tijdens het lesgeven dient nadruk te liggen op respect, uitleggen, voordoen en participeren; met name de eigen bijdrage van de leerling moet positief gewaardeerd worden en er moet bij de sterke kanten van de leerling worden aangesloten; het lesgeven is procesgericht, waarbij de kwaliteit van lesgeven en leren even belangrijk is als de doelen die bereikt moeten worden; er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de intrinsieke motivatie van de leerlingen; de leerkracht probeert het falen van leerlingen te voorkomen door het scheppen van een goede leeromgeving. 

      De leerlingen worden uitgedaagd om actief deel te nemen aan het vormgeven van de lessen. Zo worden Kahoot!, Mentimeter en Quizlet ingezet als middelen. De theorie van de leerkuil wordt actief gebruikt in de klassen. Fouten maken mag, ‘de mooiste fout van de dag’ wordt gevierd. Veel kinderen die hoog intelligent of hoog begaafd zijn, zijn van nature gewend dat het lukt. De rekensom, het lezen van het boek, de extra moeilijke vraag van de juf. Wanneer zij op een onverwacht moment op iets moeilijks stuiten, komen zij op hun frustratieniveau. Kinderen noemen dan vaak iets saai, want dit is een gevoel wat ze vaak nog niet hebben ervaren. Door kinderen te vragen wat er aan de hand is: is het te makkelijk, te moeilijk of precies goed, leer je kinderen inzicht te krijgen in wat er nu eigenlijk aan de hand is. Door eerst te weten of het te makkelijk of te moeilijk is, kun je vervolgens een betere strategie bedenken om het probleem aan te gaan. Zo worden kinderen meer actief in het reguleren van hun problemen in plaats van alles hen, als slachtoffer, overkomt.

    3. 2.3.3 Pedagogisch klimaat

      De leerkrachten houden rekening met de onderwijsbehoefte van de individuele leerling en met de gemiddelde onderwijsbehoefte van de groep als geheel. Voor leerkrachten en leerlingen is helder aan welke doelen er gewerkt wordt. Leerkrachten voeren gesprekken met de leerlingen en brengen zo de onderwijsbehoeften, belemmerende en stimulerende factoren in kaart. Leerlingen kunnen vaak zelf het beste aangeven wat ze nodig hebben voor ondersteuning om tot leren te komen. De inrichting van de klas, het zitten in groepjes, het gebruik van de instructietafel en de goede bereikbaarheid van alle materialen dragen bij tot actieve en betrokken leerlingen.

      Bovenstaande punten komen goed tot uiting door het inzetten van coöperatieve werkvormen. Deze onderdelen worden als observatiepunten meegenomen tijdens klassenobservaties. Zowel de intern begeleider als de directie doet geplande en ongeplande (zogenaamde ‘flitsbezoeken’) klassenconsultaties. De observaties van deze bezoeken vormen de basis voor het gesprek met de leerkracht over het didactisch handelen en zijn/haar zicht op de onderwijsbehoefte van de kinderen. In het geval de observatie en/of het nagesprek aanleiding geeft tot verbetering van leerkrachtvaardigheden, wordt extra hulp geboden in de vorm van (interne) begeleiding vanuit IB of directie, een didactische coach, video-interactie begeleiding of een verplicht te volgen cursus.  

      De Fatimaschool is een Vreedzame School. Van de peuterspeelzaal tot en met groep 8 worden de regels en afspraken van De Vreedzame School doorleefd. Alle professionals (ook TSO medewerkers, gastdocenten en/of andere vrijwilligers) op de Fatimaschool zorgen voor een veilige omgeving voor de leerlingen. Wij zorgen voor de sociale, fysieke en psychische veiligheid van de leerlingen in en om de school gedurende de lesdag. Alles rondom de veiligheid is beschreven in ons Veiligheidsplan (zie bijlage) Onderdeel hiervan is ook ons gedragsprotocol ter voorkoming van ongewenst gedrag. Mocht dat toch gebeuren, dan wordt er adequaat gehandeld, geregistreerd en geëvalueerd op wat er de volgende  keer beter kan. Wij zijn voortdurend bezig om incidenten te voorkomen. Dit doen wij door voorspelbaar te zijn, eisen te stellen aan de omgang met elkaar en zelf het goede voorbeeld te geven.

      "De filosofie van het programma De Vreedzame School staat voor Sociale competentie en democratisch burgerschap. Het beschouwt de klas en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. Kinderen voelen zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de gemeenschap en staan open voor de verschillen tussen mensen."

    4. 2.3.4 Veiligheid

      Op de Fatimaschool bieden wij de kinderen een veilige leeromgeving door als leerkrachten consequent te handelen. Van de peuterspeelzaal t/m groep 8 voeren we een doorgaande lijn in het hanteren van omgangsregels. We werken aan de ontplooiing van de zelfstandigheid van de kinderen. Samenwerken en als groep één geheel vormen door middel van betrokkenheid, zorgt voor een veilige en warme leer- en leefomgeving. Ons levensbeschouwelijk onderwijs ondersteunt ons hierin.Naast het hanteren van het gedragsprotocol worden er SoVa lessen ingezet als preventieve maatregel. Verder kennen wij een vertrouwenspersoon en aandachtsfunctionaris. Er is sprake van interne begeleiding van leerkrachten om vaardigheden t.a.v. gedragsproblemen te vergroten. 

      Veiligheidsbeleid

      • Aanspreekpunt pesten: Eline Burghouwt
      • Coördinator anti-pestbeleid: Eline Burghouwt
      • Aandachtsfunctionaris (huiselijk geweld en kindermishandeling): Eline Burghouwt
      • Contactpersonen: Maartje van Aalst en Judy Admiraal
      • Het ARBO-beleid is in handen van de ARBO-coördinator, Dennis Kuiper. Onderdeel van het ARBO-beleid is de jaarlijkse RIE en brandoefening.
      • Monitor sociale veiligheid
        • groep 1-2: Edumaps
        • groep 3 t/m 8: IEP


      De Vreedzame School

      Wij zijn een gecertificeerde Vreedzame School. Sinds schooljaar ’18-’19 hebben wij de methode Vreedzame School ingevoerd als preventieve methode. Wij hebben aandacht voor de sociale competentie en democratisch burgerschap. We beschouwen de klassen en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen, en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. In schooljaar ’19-‘20 is de implementatie van De Vreedzame School binnen de Fatimaschool geëffectueerd (inclusief de certificering). 

      We gaan er vanuit dat een leerling pas tot leren in staat is als er aan de basisbehoefte van het gevoel van veiligheid is voldaan. Als een kind, een ouder, een leerkracht of de intern begeleider een signaal krijgt of signalen oppikt van onveiligheid, wordt er in onderling overleg besproken hoe er aan de onderwijsbehoefte ‘veiligheid’ kan worden voldaan.

      Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

      De scholen van de RVKO werken volgens de vijf stappen van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. In de meldcode staat wie wanneer welke stappen zet bij een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. Bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling geeft de school ook een signaal af in de verwijsindex (SISA). Elke school heeft een getrainde aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling, die extra deskundigheid heeft op dit gebied, het thema terugkerend onder de aandacht brengt bij het schoolteam en als klankbord en ondersteuner fungeert voor collega’s. Van leerkrachten wordt verwacht dat ze signaleren, dat zij deze signalen en ontwikkelingen waarover ze bezorgd zijn vastleggen en dat ze dit tijdig delen met de aandachtsfunctionaris binnen de school. Voor meer informatie over het werken met de meldcode verwijzen we naar het ‘plan van aandacht & protocol meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ van de RVKO.

      De zorg voor een veilig schoolklimaat. Op de Fatimaschool bieden wij de kinderen een veilige leeromgeving door als leerkrachten consequent te handelen. Van de peuterspeelzaal t/m groep 8 voeren we een doorgaande lijn in het hanteren van omgangsregels. We werken aan de ontplooiing van de zelfstandigheid van de kinderen. Samenwerken en als groep één geheel vormen door middel van betrokkenheid, zorgt voor een veilige en warme leer- en leefomgeving. Ons levensbeschouwelijk onderwijs ondersteunt ons hierin.  Sinds schooljaar 2018-2019 hebben wij de methode Vreedzame School ingevoerd als preventieve maatregel. Dit wil zeggen dat er aandacht is voor de sociale competentie en democratisch burgerschap. De methode van de Vreedzame School beschouwt de klas en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen, en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. In het schooljaar 2019 -2020 is de implementatie van de Vreedzame School binnen de Fatimaschool geëffectueerd zijn (inclusief de certificering). Daarnaast hanteren wij een gedragsprotocol waarin staat omschreven hoe de schoolleiding handelt bij incidenten.

      Leerkrachten leggen de onderwijsbehoeften van de leerlingen en de groep vast in ons leerling volg- en administratiesysteem ParnasSys. Bij de peuters en kleuters worden de ontwikkelingen op cognitief en sociaal vlak beschreven in Edumaps. Op deze manier heeft ieder kind gedurende zijn/haar loopbaan een digitaal dossier waarin alles over de ontwikkeling terug te vinden is. We gaan er vanuit dat een leerling pas tot leren in staat is als er aan de basisbehoefte van het gevoel van veiligheid is voldaan. Als een kind, een ouder, een leerkracht of de intern begeleider een signaal krijgt of signalen oppikt van onveiligheid wordt er in onderling overleg besproken hoe er aan de onderwijsbehoefte ‘veiligheid’ kan worden voldaan.

      Sociale veiligheid en preventie van gedragsproblemen

      Naast het hanteren van het gedragsprotocol worden er SoVa lessen ingezet als preventieve maatregel. Verder kennen wij een vertrouwenspersoon en aandacht functionaris. Er is sprake van interne begeleiding van leerkrachten om vaardigheden t.a.v. gedragsproblemen te vergroten. Regelmatig worden ouderavonden verzorgd waarbij stil gestaan wordt bij emotie- en stressregulatie. Tijdens deze avond is ruimte voor inbreng van ouders en wordt ook de relatie gelegd met het programma van De Vreedzame School, voor sociale competentie en democratisch burgerschap. Kinderen van groep 3 tot en met 8 krijgen een les over stress, waarin zij leren wat er gebeurt als je stress hebt, maar vooral ook wat je eraan kunt doen. Na deze lessen krijgen de kinderen van de groepen 4 nog een ademtraining waarin ze leren om aan de hand van een rustige ademhaling hun stress te verminderen. De leerkrachten beschikken ook over deze informatie om dit samen met de kinderen te oefenen. Op het gebied van sociale media worden door de leerkrachten in de bovenbouw leerlingen attent gemaakt op omgang en gebruik van dit medium.  Voor ouders worden er regelmatig voorlichtingsavonden georganiseerd op de Fatimaschool over de gevaren van internet.

      Monitor sociale veiligheid

      Door middel van IEP brengen wij de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in beeld. Leerlingen van de groepen 3 tot en met 8 vullen twee keer per jaar de Hart en Handen vragenlijst in. Opvallende uitkomsten hiervan worden besproken tijdens de leerlingbespreking. Daarnaast vullen alle leerlingen van de groepen 6 tot en met 8 één keer per jaar via IEP de monitor sociale veiligheid in. De resultaten worden gedeeld met de leerkrachten, komen aan bod in de vergaderingen van de medezeggenschapsraad en de leerlingenraad, en worden jaarlijks beschikbaar gesteld via Vensters PO en zichtbaar via Scholen op de Kaart. Eens in de twee jaar voeren wij een kwaliteitsonderzoek uit, waarin alle leerlingen van de groepen 6 tot en met 8 een vragenlijst invullen met betrekking tot hun welbevinden.

      In ons Veiligheidsplan is te lezen hoe wij op de Fatimaschool zorg dragen voor de veiligheid van leerlingen. Daarnaast hanteren wij een gedragsprotocol waarin staat omschreven hoe de schoolleiding handelt bij incidenten. Wanneer de uitkomsten van onze monitor aanleiding geven tot het willen verbeteren van situaties, bespreken wij dit in een breed overleg van leerkracht, intern begeleider en directie. Eventuele hulp van externen in ons netwerk wordt dan onderzocht. Wij betrekken ouders hier in een zo vroeg mogelijk stadium bij.

      Sociale media. 

      Op het gebied van sociale media worden de leerlingen van groep 6 tot en met 8 door de leerkrachten en medewerkers van bureau HALT attent gemaakt op omgang en gebruik van dit medium.  Voor ouders worden er  een voorlichtingsavonden georganiseerd over de mogelijkheden en de gevaren van sociale media. Op het moment dat de leerkracht signaleert dat er dingen spelen op sociale media die het welbevinden van een of meerdere leerlingen negatief beïnvloeden, worden ouders middels een bericht op de hoogte gesteld en wordt hen gevraagd de activiteiten van hun kind met zorg te volgen. Tevens bespreekt de leerkracht het gebeurde met de groep en worden er afspraken gemaakt.   

      4.9_Kwaliteitskaart_-_....pdf

      4.10_Kwaliteitskaart_-....pdf

  4. 2.4. Onderwijstijd

    1. Basisondersteuning

      De basisondersteuning van alle RVKO-scholen bestaat uit een geheel van preventieve en licht curatieve interventies die uitgevoerd worden binnen de ondersteuningsstructuur van elke school. Vanuit ons Strategisch Verhaal zorgen we voor een stevige basis van kennis en vaardigheden binnen een lerende organisatie die staat voor kwaliteit en professionaliteit. De basisondersteuning wordt uitgevoerd onder regie en verantwoordelijkheid van de schooldirectie en het schoolbestuur, met eventuele inzet van expertise van de stafafdelingen van de RVKO, andere scholen en netwerkpartners. De volledige invulling van de basisondersteuning is terug te lezen via de RVKO. 

      https://www.rvko.nl/documenten?document=Basisondersteuning+RVKO-scholen

      Extra ondersteuning op de Fatimaschool

      Niet ieder kind heeft precies hetzelfde nodig. Een uitgebreide beschrijving van onze extra ondersteuning, eigen leerlijnen, OPP-procedure en de samenwerking met PPO Rotterdam en het OAT is te vinden in sectie 2.2.5.

      Hoorrecht

      Alle leerlingen van groep 1 tot en met 8 worden jaarlijks in staat gesteld hun mening te geven over het ondersteuningsaanbod van de school. Dit is een recht; het is niet verplicht voor de leerling om zijn of haar mening te geven. Wij doen dit door in alle klassen een groepsgesprek te organiseren en de uitkomsten mee te nemen naar de leerlingenraad.

      Wanneer een leerling een OPP heeft, gaan wij in gesprek met de leerling over de verschillende onderdelen daarvan, op een manier die past bij de leeftijd, rijpheid en mogelijkheden van het kind. Het gesprek maakt altijd onderdeel uit van het OPP-dossier.

      Plusaanbod en MINDgroep

      Leerlingen met kenmerken van een (hoog)begaafd profiel krijgen in de groep een verrijkings- en verdiepingsaanbod. Hebben deze leerlingen daarnaast ondersteuning nodig bij het aangaan van uitdagingen en het aanleren van executieve vaardigheden, dan kunnen ze in de MINDgroep worden geplaatst. Een uitgebreide beschrijving van de MINDgroep is te vinden in sectie 2.1.1.

      OPP, maatwerkbudget SBO en SO. 

      Het doel is om leerlingen in ieder geval tot en met groep 5 met de leerstof van de groep mee te laten doen. Lukt het een leerling niet om aansluiting te houden met de stof, dan kunnen we vanaf groep 6 starten met een eigen leerlijn voor één hoofdvak (in de praktijk blijkt dit meestal rekenen te zijn). Dit betekent dat de leerling een individuele verwerkingsroute volgt met individuele instructie, aangepast op zijn/haar niveau. Hiervoor is het noodzakelijk dat een leerling een goede zelfstandige werkhouding heeft. Daar waar de formatie het toelaat, zetten wij in op een leerkracht die twee maal in de week leerlingen met een OPP-eigen leerlijn ondersteunt. Leerlingen met een SO of een SBO profiel kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding vanuit het schoolbudget van PPO Rotterdam. Afgewogen wordt of het kind optimaal tot zijn recht komt op de Fatimaschool en of het aanbod, wat deze leerling nodig heeft, geboden kan worden in de groep waar de leerling zit. 

      Remedial teaching

      Leerlingen die baat hebben bij pre-teaching, ontvangen deze zoveel als mogelijk van een  leerkracht met ambulante taken. Ieder schooljaar wordt er  opnieuw besloten of er ruimte is voor ambulante tijd en hoe deze ingevuld wordt. 

      Verzuim, verlof en overstap

      Te laat komen is niet prettig voor leerlingen en storend voor de groep en leerkracht. Iedere maand worden de absentielijsten door de directie gecontroleerd.  Te laat komen valt onder ongeoorloofd verzuim. Wij zijn verplicht frequent te laat komen, net als het ongeoorloofd verzuim, door te geven aan de afdeling Leerplicht.  Wanneer een kind (vanaf 5 jaar) zonder geldige reden thuis gehouden wordt, zijn wij verplicht om de afdeling Leerplicht van de gemeente Rotterdam op de hoogte te stellen. Ook wanneer uw peuter of 4-jarig kind ziek is, horen wij het uiteraard graag. Wanneer een kind van school verandert,  wordt dit gemeld bij de groepsleerkracht en de directie. De groepsleerkracht vult een onderwijskundig rapport in dat, samen met de resultaten van het leerlingvolgsysteem, naar de volgende school wordt opgestuurd. Dit rapport met bijlagen is desgewenst door u in te zien. 

      Verlof

      Iedere leerling vanaf vijf jaar is volgens de wet verplicht om alle dagen naar school te gaan. Onderwijs is van groot belang voor uw kind en onderbreking van een cursusjaar buiten de vakanties om is dan ook niet in het belang van uw kind(eren). Onder extra verlof worden alle onderbrekingen in een schooljaar verstaan buiten de normale vakantie(s) om. Kinderen die afwezig zijn, hebben extra hulp nodig om de gemiste lessen in te halen. Dit gaat ten koste van de aandacht voor de andere kinderen. Om deze reden zullen wij dan ook onder normale omstandigheden geen medewerking verlenen aan bijzonder verlof. Het is alleen toegestaan verlof te verlenen voor religieuze feestdagen en gewichtige omstandigheden. Extra vakantiedagen vallen hier absoluut niet onder. Er wordt slechts in enkele gevallen van deze regels afgeweken, bijvoorbeeld na het overleggen van een werkgeversverklaring waaruit blijkt dat men absoluut niet in de reguliere vakanties vrij kan nemen. Een uitzondering vormen ook de zogenoemde familieomstandigheden: gevallen van vieringen, ziekte, overlijden en dergelijke. Meent u voor bijzonder verlof in aanmerking te kunnen komen, dan kunt u bij de administratie of bij de directie een speciaal hiervoor bestemd formulier halen en invullen. Het formulier is tevens te downloaden van de website. Op uw aanvraag krijgt u zo spoedig mogelijk schriftelijk bericht. Bij deze regeling volgen wij de richtlijnen van de Dienst Stedelijk Onderwijs Rotterdam.   

      Inlooptijden 

      Wij werken met zogenaamde inlooptijden, zodat de kinderen gespreid en rustig binnen komen. Wij openen ’s ochtends om 8.20 uur en ’s middags om 12.40 uur de deur, zodat wij op tijd kunnen beginnen. Om 8.30 uur sluiten de deuren en zal de leerkracht aanvangen met de lessen.  Voor alle gebouwen geldt mogen ouders op twee dagen in de week meelopen. Op de andere dagen lopen de kinderen zelfstandig het gebouw binnen.

      Weekschema

      Het vakantierooster wordt jaarlijks vastgesteld conform de door FOKOR (samenwerkende besturen gemeente Rotterdam) gemaakte afspraken, waarbij uitgegaan wordt van minimaal 951 lesuren per schooljaar.

      dagtijd ochtendtijd middaghoeveelheid tijd
      maandag08.30u-11.45u12.45u-14.45u5.25
      dinsdag08.30u-11.45u12.45u-14.45u5.25
      woensdag08.30u-12.15u
      3.75
      donderdag08.30u-11.45u12.45u-14.45u5.25
      vrijdag08.30u-11.45u12.45u-14.45u5.25
      totaal per week:

      24,75
  5. 2.5. Afsluiting

    1. 2.5.1 Doorstroomtoets

      Leerlingen uit groep 8 van de basisschool maken vanaf schooljaar 2023-2024 in februari een doorstroomtoets. Tijdens de centrale aanmeldweek melden zij zich aan bij een middelbare school. De leerlingen maken hierdoor allemaal even veel kans op een plek op de school van hun voorkeur. Wij maken gebruik van de IEP-doorstroomtoets. De doorstroomtoets is bedoeld als hulpmiddel bij het schooladvies. De toets meet op objectieve, betrouwbare manier de vaardigheid van taal en rekenen. We hebben al een volledig beeld van de leerlingen en met de doorstroomtoets doen wij een laatste check: kan een leerling nog meer aan? Voor de leerling kan de uitkomst van deze toets van invloed zijn op het schooladvies. Is de uitkomst van de doorstroomtoets lager dan het schooladvies, dan verandert het schooladvies niet. Als uit de uitkomst van de toets een hogere score komt dan verwacht, kan het schooladvies bijgesteld worden.

      • Leerlingen ontvangen in januari van groep 8 hun voorlopig schooladvies.
      • Leerlingen maken de doorstroomtoets in februari.
      • Halverwege maart ontvangen wij de uitslag van de doorstroomtoets. 
      • Leerlingen en ouders ontvangen daarna het definitieve schooladvies.
      • Eind maart melden leerlingen zich, met hun definitieve advies, aan op de middelbare school (vo).

      De exacte data staan op rijksoverheid.nl

      De centrale aanmeldweek geldt alleen voor alle leerlingen die naar het voortgezet onderwijs (vo) gaan. Leerlingen die naar het voortgezet speciaal onderwijs (vso) gaan, kunnen zich met een voorlopig schooladvies  al eerder aanmelden bij het vso. 

      Doordat de doorstroomtoets de eindtoets vervangt en qua tijdstip dicht naar het moment van de M8-toets verplaatst wordt, heeft dit gevolgen voor de afname van de M8-toets. Het laatste toetsmoment van groep 8 wordt naar voren gehaald en verplaatst naar oktober/november. Bij IEP is dit de 1F/2F en 1F/1S toets.

    2. 2.5.2 Advisering en bijstelling advies

      De overstap naar het voortgezet onderwijs is een spannend en belangrijk moment in de schooltijd van het kind. Op de Fatimaschool kijken we daarbij breed: niet alleen naar cijfers, maar ook naar wie uw kind is en hoe het zich ontwikkelt. Met het IEP-leerlingvolgsysteem volgen wij de resultaten (Hoofd) in de groepen 6, 7 en 8, met nadruk op de drie hoofdvakken rekenen, lezen en taalverzorging.

      Daarnaast letten we op de kennis en vaardigheden, de sociale en emotionele ontwikkeling én de praktische uitvoering zoals doorzettingsvermogen, concentratie en motivatie (Hart & Handen). Zo krijgen we een volledig beeld en een advies dat recht doet aan de mogelijkheden van uw kind

      Rol van ouders en kind

      Bij alle stappen in de adviesprocedure betrekken wij zowel ouders als kinderen actief. Uw kind is altijd aanwezig bij de gesprekken over het pre-advies, voorlopig advies en eindadvies. Zo hoort het direct wat er besproken wordt en kan het zelf vragen stellen.

      De adviezen worden zorgvuldig opgesteld door de leerkrachten, de intern begeleider en de directeur. Daarbij nemen wij alle gegevens, toetsresultaten en observaties mee. Het advies dat hieruit voortkomt, is een schoolbeslissing en wordt niet aangepast op verzoek van ouders.

      Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor gesprek: tijdens de adviesgesprekken kunt u altijd vragen stellen en uw zorgen of opmerkingen delen. Wij vinden het belangrijk dat u goed begrijpt hoe het advies tot stand is gekomen en dat we samen kijken naar de vervolgstappen die het beste passen bij uw kind.

      Na de doorstroomtoets  staat in Onderwijs Transparant aangegeven of een leerling moet worden heroverwogen. Indien het eindadvies wordt aangepast, worden ouders telefonisch op de hoogte gesteld. Het proces van adviseren en administreren is altijd in ontwikkeling en lijkt ieder jaar te wijzigen. In onze kwaliteitskaart kunt u de laatste ontwikkelingen vinden. Wij passen ieder jaar de procedures hierin aan. 

      Pre-advies (groep 7, juli)

      Aan het eind van groep 7 krijgt u een uitnodiging voor het pre-adviesgesprek.Tijdens dit gesprek ontvangt u samen met uw kind het eerste advies voor het voortgezet onderwijs. Wanneer er aanwijzingen zijn dat uw kind misschien in aanmerking komt voor leerwegondersteuning (LWOO) op het voortgezet onderwijs, hoort u dat ook in dit gesprek. LWOO, oftewel leerwegondersteunend onderwijs, is bedoeld voor vmbo-leerlingen die extra hulp nodig hebben om hun diploma te behalen, bijvoorbeeld door kleinere klassen en extra begeleiding.

      Heeft uw kind juist meer uitdaging nodig en een volledig vwo-advies, dan kan het in groep 8 deelnemen aan het pre-gymnasium. Dit is een kennismakingsprogramma op een gymnasium voor groep-8-leerlingen met (voorlopig) vwo-advies, waarin zij proeven aan vakken en uitdagingen van het gymnasium om te ontdekken of dit bij hen past. Indien uw kind hiervoor in aanmerking komt, krijgt u vanuit school een brief mee.

      Het pre-advies wordt opgesteld door de leerkrachten van groep 7, de intern begeleider en de directeur. Daarbij kijken we naar aanleg en talenten, leerprestaties (Hoofd), maar ook naar concentratie, motivatie, werkhouding, huiswerkattitude en doorzettingsvermogen (Hart en Handen).

      Het pre-advies helpt u en uw kind te bepalen bij welke scholen u het beste kunt gaan kijken. We raden aan om open dagen en voorlichtingsavonden te bezoeken; de data hiervoor vindt u op de websites van de VO-scholen. Vaak vinden de open dagen al plaats voordat u het pre-advies hebt ontvangen. Probeer daarom met uw kind zo breed mogelijk te oriënteren en verschillende scholen te bezoeken. Wij kunnen het pre-advies namelijk pas goed samenstellen nadat de resultaten van de IEP-hoofd toetsen van juni bekend zijn.

      Voorlopig advies (groep 8, januari)

      In december vinden de voortgangsgesprekken plaats, waarbij u samen met uw kind aanwezig bent. In januari van groep 8 volgt het voorlopig advies. Dit wordt opgesteld door de leerkracht van groep 8, in overleg met de leerkracht van groep 7, de intern begeleider en de directeur. Het voorlopig advies wordt in een gesloten envelop meegegeven aan uw kind; hierover volgt geen apart gesprek.

      Eindadvies (groep 8, maart)

      In februari maken alle kinderen de IEP Doorstroomtoets. Dit geeft een onafhankelijk tweede advies.

      • Scoort uw kind hoger dan verwacht? Dan zijn wij verplicht ons advies te heroverwegen en kan het eindadvies omhoog worden bijgesteld.
      • Scoort uw kind lager? Dan blijft het advies ongewijzigd.

      Het eindadvies van de basisschool is leidend voor de toelating tot het voortgezet onderwijs. Omdat sommige scholen met loting werken, is het belangrijk altijd een tweede en derde keuze op te geven. We begeleiden u en uw kind in dit hele proces. Naar aanleiding van het eindadvies heeft u en uw kind een gesprek op school. Hierin nemen we ook de aanmelding en de inschrijving voor het voortgezet onderwijs door.

    3. 2.5.3 Overgang PO-VO

      De Fatimaschool draagt zorg voor een goede voorbereiding en overgang naar het vervolgonderwijs. Ouders en leerlingen worden vanaf groep 7 meegenomen in een zorgvuldige procedure die leidt tot een goed gewogen passend advies waarbij gelijke kansen voor iedere leerling centraal staan. In groep 7 delen wij de procedure voor de overstap naar het VO. Ook krijgen de leerlingen in groep 7 een voorlopig advies (pre-advies) dat opgesteld wordt door de leerkrachten van groep 7 (indien nodig ook in overleg met de leerkrachten van groep 6), de directeur en de intern begeleider. De leerlingen zijn bij het adviesgesprek aanwezig samen met hun ouders. Indien leerlingen in aanmerkingen komen voor een IQ test voor aanvraag LWOO wordt dit ook tijdens het adviesgesprek of eventueel begin van groep 8 besproken.

      Wij onderhouden goede contacten met de middelbare scholen om leerlingen zo passend mogelijk te plaatsen. Indien nodig vindt er een mondelingen overdracht plaats. Ieder jaar komt er ook een middelbare school tijdens de ouderavond van groep 8 voorlichting geven over de stap naar het middelbaar onderwijs. Er is op school veel kennis aanwezig over de verschillende middelbare scholen uit de buurt en over hun aanbod. 

      Nadat het eindadvies in groep 8 is vastgesteld en met u en uw kind is besproken, start de officiële aanmelding bij het voortgezet onderwijs.
      Dit gebeurt in maart. U meldt uw kind zelf aan bij de VO-school van uw eerste keuze, maar u geeft ook altijd een tweede en derde voorkeur op (in verband met eventuele loting).

      De Fatimaschool levert daarbij de noodzakelijke documenten aan, waaronder het onderwijskundig rapport (OKR). Dit rapport bevat het schooladvies, de ontwikkeling van uw kind (Hoofd, Hart en Handen), en aanvullende informatie die relevant kan zijn voor de nieuwe school. Ouders ontvangen tijdens het eindadviesgesprek een unieke code en de scholenlijst, waarmee de aanmelding kan worden afgerond.

      Wij begeleiden dit hele proces zorgvuldig en houden in de gaten of alle leerlingen tijdig zijn aangemeld bij een VO-school.
      Zo zorgen we samen dat ieder kind op de juiste plek terechtkomt.

      2.8_Kwaliteitskaart_-_....pdf

  6. 2.6. Analyse onderwijskundig beleid

    1. Schoolplanperiode 2019-2023 is in juni '23 afgesloten. Samen met het team is het jaarplan geëvalueerd. Hieronder volgt een uiteenzetting van de doelen van de afgelopen 4 jaar en de realisatie.

      ONDERWERP
      EINDDOEL
      REALISATIE
      Kindgericht onderwijsHet kind ervaart een gevoel van goede relatie, voelt zich competent en handelt vanuit autonomie. Het kind ontwikkelt zich in een ononderbroken ontwikkelingslijn.Het doel van kindgericht onderwijs is dat het kind zich competent voelt, handelt vanuit autonomie en zich ontwikkelt in een ononderbroken ontwikkelingslijn. In 2019-2020 zijn er aanpassingen gedaan in het portfolio van de onderbouw, zodat kinderen meer eigenaarschap hebben. Ook is er meer aandacht besteed aan het stimuleren van trots zijn en hebben kinderen meer kunnen meedenken over de inrichting van hoeken bij nieuwe thema's. Schaduwtoetsen worden gebruikt om inzicht te krijgen in wat een leerling al beheerst en waar nog een uitdaging in zit. In de bovenbouw worden CITO-analyse formulieren gebruikt om leerlingen en leerkrachten inzicht te geven in de doelen voor de komende periode. In 2021-2022 is er gewerkt aan het voltooien van een database om de verdeling van materialen voor alle leerkrachten en ondersteuners beter te kunnen regelen. Bij spelling is een spellingmeter geïntroduceerd om leerlingen inzicht te geven in hun eigen spellingresultaten. Er is geen behoefte aan schaduwtoetsen voor taal en analyseformulieren voor begrijpend lezen worden niet meer gebruikt.
      De leerlingen hebben de afgelopen jaren meer inzicht gekregen in eigen handelen en krijgen kindgerichter onderwijs. We merken wel dat we nooit klaar zijn met deze ontwikkeling en ook de komende vier jaar gaan we hiermee verder. 
      Spelend leren

      Het vergroten van de spelvaardigheden en daarmee het vergroten van het palet aan ontwikkelstrategieën van de (jonge) leerlingen. 



      In de afgelopen jaren hebben er activiteiten plaatsgevonden om de spelvaardigheden van jonge leerlingen te vergroten en hun palet aan ontwikkelstrategieën te verbreden. Er is bewust gekeken naar het implementeren van doelen van spelend leren, maar dit bleek te ambitieus voor alle groepen. Er zijn onderdelen van rekenen geïmplementeerd en er zijn meerdere gesprekken gevoerd over de voortzetting van spelend leren vanuit groep 1/2 naar groep 3 en verder. Er is gewerkt aan de doorgaande lijn van spelend leren van kleuters tot en met groep 3, onder andere door het aanbieden van begrippen en vaardigheden van groep 3 pluspunt rekenen in groep 2 en aandacht te schenken aan de eerste letters van thema 1 van lijn 3. Er is nascholing gevolgd in de onderbouw en er zijn spelpicto's toegevoegd aan thema's. Klassenconsultaties zijn ingezet op persoonlijke doelen van leerkrachten en zullen volgend jaar gericht zijn op spelend leren. In groep 4 is gewerkt aan de boekenkring, regisserend spel, creatief schrijven en een speelhoek vanuit een thema bij taal, maar is besloten om alleen met de eerste drie onderdelen door te gaan. In het schooljaar 2020-2021 zijn geen klassenconsultaties afgenomen vanwege werken met bubbels, maar zijn ideeën, inspiratie en ervaringen gedeeld tijdens bouwvergaderingen en via Parro. In het schooljaar 2019-2020 stond nascholing in de onderbouw centraal, gericht op spelend leren voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, verdiepen van spel met methodiek en speelplezier.
      Mediawijsheid en programmerenMediawijsheid en programmeren hebben een vaste plaats in ons lesaanbod

      De laatste paar jaar zijn er verschillende ontwikkelingen geweest op het gebied van mediawijsheid in het onderwijs. In 2020 is er een enquête uitgezet onder het gehele team om de huidige stand van zaken betreffende mediawijsheid in kaart te brengen. Ook is er een start gemaakt met een 'vragenuurtje' voor de kleuterleerkrachten en is de inzet van 21e eeuwse vaardigheden verder geconsolideerd in de kleutergroepen door het toevoegen van een kopje 'ICT' in het themaplan.

      In 2019-2020 zijn er verschillende activiteiten uitgevoerd op het gebied van 21e eeuwse vaardigheden, waaronder het gebruik van de Bee Bot, Cubetto en tablet en websites in de kleutergroepen, het geven van lessenreeksen Lego-WeDo, het deelnemen aan de Lego League en het starten van Minecraft-projecten in groep 6. Ook zijn er leerlingen uit groep 6 gestart met een cursus Python-programmeren en zijn er plannen gemaakt om leerlingen uit groep 7 op te leiden als 'code-buddy'.

      In 2020-2021 is Code Combat aangeboden in groep 7 en hebben Lego WeDo en Minecraft een vaste plek gekregen in het onderwijs. Er is coaching van leerkrachten geweest op het vlak van programmeren, nieuwe onderwijsmaterialen en ICT-vaardigheden. De resultaten van de enquête mediawijsheid zijn geanalyseerd en verwerkt in het jaarplan.

      In 2021-2022 is er slechts deels gewerkt aan de doelen opgesteld voor het schooljaar, maar er zijn wel stappen gezet op het gebied van coaching van leerkrachten, het maken van een database met materialen en het inzetten van elkaars expertise. Code Combat en Minecraft hebben een vaste plek gekregen in het onderwijs en groep 5 en We-DO zijn uitgesteld tot schooljaar '22-'23. De infrastructuur is aangepast zodat er stabiel internet is gerealiseerd.
      De doelen zijn deels gerealiseerd. Corona heeft voor dit onderdeel roet in het eten gegooid. Er is een versnelde digitalisering bewerkstelligd, de vaardigheden zijn van leerlingen en leerkrachten vergroot, maar het raamwerk 'mediawijsheid' en gezond mediagebruik nemen we ook op in het nieuwe schoolplan.

      De Vreedzame School

      Het gehele team werkt eenduidig volgens de methode van De Vreedzame School. 

      De door ons gestelde doelen voor het werken aan en in een veilig schoolklimaat zijn behaald. 

      In het volgsysteem Zien! en in het tweejaarlijks kwaliteitsonderzoek is zichtbaar dat het gevoel van welbevinden en betrokkenheid gecontinueerd wordt en/of vergroot. 

      De teamleden zijn DVS-gecertificeerd. 


      De Vreedzame School is in schooljaar 2018-2019 ingevoerd als preventieve maatregel voor het behouden van een veilig schoolklimaat. In het eerste jaar zijn de leerkrachten geschoold en is er regelmatig evaluatie en inventarisatie geweest. Het tweede jaar heeft geresulteerd in een nieuwe werkwijze voor het volgsysteem Zien!, gedragskaders voor gewenst en ongewenst gedrag, time-in en time-out plekjes in de klassen en meer focus op de eigen invulling van de doelen van de Vreedzame School. In schooljaar 2019-2020 hebben nieuwe leerkrachten scholing gekregen en hebben lessen van 'Jij & Stress, een Hersenles' een plek gekregen. De mediatoren en vernieuwde leerlingenraad zouden in schooljaar 2020-2021 geïmplementeerd worden, maar door de Corona-periode is dit uitgesteld. In schooljaar 2020-2021 hebben leerkrachten en leerlingen de mediatorentraining gedaan en is de implementatie van de mediatoren geslaagd. In schooljaar 2021-2022 zijn er extra mediatoren opgeleid en heeft de leerlingenraad meerdere keren vergaderd en meegedacht over onderwerpen zoals het nieuwe binnenplein en deelname van leerkrachten aan activiteiten. Het gedragskader wordt uitgedragen. Het gevoel dat er in het kwaliteitsonderzoek zichtbaar een gevoel van gecontinueerd, of vergroot welbevinden, is aanwezig.  
      De methode is succesvol geïmplementeerd. De methode wordt gebruikt in de pedagogische doelstellingen voor het nieuwe schooljaar. 
      Nieuwe methodes voor aanvankelijk lezen, technisch voortgezet lezen, rekenen en schrijven.
      De nieuwe methodes zijn geïmplementeerd.

      In de schooljaren 2019-2020 tot 2021-2022 zijn er verschillende nieuwe methodes geïmplementeerd. In het schooljaar 2019-2020 begonnen de groepen 5-7 met Pluspunt 4 voor rekenen en groepen 3 met Lijn 3 voor aanvankelijk lezen, terwijl de groepen 4-5 Karakter gebruikten voor technisch voortgezet lezen. Er was behoefte aan meer scholing voor deze nieuwe methodes.

      In het schooljaar 2020-2021 hebben groepen 3, 4 en 8 Pluspunt 4 gebruikt, maar er was ontevredenheid over de uitleg vanuit de uitgeverij. Er werd onderzoek gedaan naar de hiaten tussen de leerjaren, en er waren aandachtspunten voor het werken met schaduwtoetsen om groepsplanloos werken mogelijk te maken. Er is ook begonnen met het kiezen van een nieuwe methode voor begrijpend lezen.

      In het schooljaar 2021-2022 was er teamscholing voor Leeslink, de nieuwe methode voor begrijpend lezen, maar deze werd als onvoldoende ervaren. Er was coaching in alle groepen, maar dit was sporadisch. Er werd gewerkt aan een doorlopende lijn met schaduwtoetsen en er werd nagedacht over de opzet van een compacte instructie voor rekenen.

      De methodes zijn inmiddels succesvol geimplementeerd. De ontevredenheid over de nieuwe Pluspunt 4 is gebleven waardoor er door het team verdieping is aangebracht in de werkwijzes om nog meer onderwijs op maat te bewerkstelligen.




  7. 2.7. Ambities onderwijskundig beleid

    1. Ambities onderwijskundig beleid
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Pedagogisch klimaat

      De Fatimaschool is een positieve en inclusieve school waarin alle leerlingen zich veilig en gewaardeerd voelen. 

      We borgen de aanpak van onze methode De Vreedzame School.

      We creëren  een heldere en consistente gedragscode, waarbij er consequenties zijn voor onacceptabel gedrag, maar ook positieve feedback en beloningen voor gewenst gedrag.  Ons gedragskader is hierbij leidend. Hierbij betrekken we leerkrachten, leerlingen en ouders. 

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Rekenen

      We bieden gedifferentieerd rekenonderwijs, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende leerbehoeften en -niveaus van leerlingen.
      De methode Pluspunt digitaal wordt aangepast waar nodig om tot een aanbod te komen dat gedifferentieerder is en meer op maat. 

      Schooljaar 2022-2023 is er gestart met een nieuwe werkwijze in de groepen 6-7-8. Deze werkwijze wordt de komende jaren verfijnd en doorgetrokken naar de groepen 4-5. Er vindt onderzoek plaats naar de effectiviteit van de nieuwe werkwijze. De werkwijze wordt bijgehouden in de kwaliteitskaart. 

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Taalverzorging

      We bieden gedifferentieerd taal- en spellingonderwijs waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende leerbehoeften en niveaus.  

      Er wordt actief gewerkt aan een doorgaande lijn waarbij leerlingen zicht hebben op hun eigen leerproces. 

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Werkverzorging

      Leerlingen ontwikkelen op de Fatimaschool goede studiegewoonten en vaardigheden die hen in staat stellen om effectief te leren en te werken. Zorgvuldigheid en netjes werken draagt hieraan bij. Door te werken aan de netheid in de schriften van leerlingen, kunnen zij beter georganiseerd werken en hun werk beter presenteren. Dit kan leiden tot meer zelfvertrouwen en motivatie om te leren, wat bijdraagt aan een positieve leerervaring op de basisschool.

      Het geven van duidelijke instructies over het gebruik van schriften en het maken van aantekeningen, bijvoorbeeld door het aanleren van een vaste schrijfwijze en een bepaalde manier van werken. 

      We bieden feedback en positieve bekrachtiging, bijvoorbeeld door het regelmatig controleren van het werk van leerlingen en hierop gerichte feedback te geven. 

      We betrekken ouders bij het bevorderen van netheid in de schriften van leerlingen, bijvoorbeeld door het geven van tips en adviezen voor thuisstudie.

      Er wordt een onderwijsinhoudelijke commissie opgericht voor de komende 4 schooljaren. 

      2027 - 2029
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Begrijpend lezen

      We stimuleren leerlingen om meer plezier te krijgen in het lezen en om hun begrijpend leesvaardigheden te verbeteren. 

      We zetten in op effectieve lessen waarbij modelgedrag van leerkrachten zeer belangrijk is. De komende vier jaar wordt gebruikt voor de implementatie van Leeslink.

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Spelend leren

      Door middel van spelend leren willen we leerlingen de mogelijkheid bieden om vanuit hun eigen interesse en nieuwsgierigheid te leren en hun talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen. We streven naar een uitdagende en inspirerende leeromgeving waarin leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen en waarin spelend en thematisch leren een vanzelfsprekend onderdeel is van ons onderwijs.

      De onderwijsinhoudelijke commissie 'Spelend leren gr 1-3' draagt zorg voor de afstemming tussen de leerkrachten en de leerjaren als het gaat om planning van thema's, verdeling en aanschaf van materiaal, het delen van kennis en inzichten en ziet toe op het blijven ontwikkelen van themaplannen. 

      Mogelijkheden om actief, bewegend en spelend te leren worden in groep 3 uitgebouwd. 

      We betrekken ouders actief bij ieder thema zodat we zoveel mogelijk gebruik maken van de wereld om onze school heen. 

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Begeleiding begaafdheid

      De Fatimaschool biedt  voor leerlingen die extra begeleiding op het vlak van de executieve functies nodig hebben, begeleiding in de MINDgroep aan. Per leerjaar (gr 1-8) is er MINDgroep tijd beschikbaar.  De MINDgroep biedt een aanvullend aanbod voor leerlingen die aan het in de groep aangeboden compacten en de extra verrijking niet voldoende hebben of op andere manieren uitdaging en begeleiding nodig hebben om hun capaciteiten te benutten. De pedagogiek en didactiek in de MINDgroep zijn afgestemd op de leereigenschappen en kenmerken van meer- en hoogbegaafde leerlingen. De MINDgroep is een ontmoetingsplek voor gelijkgestemden. We richten ons bij het werken in MINDgroep op leren denken, leren leren en leren leven.  Twee hiervoor opgeleide leerkrachten geven in de MINDgroep gedurende de week aan in totaal ca. 75 leerlingen les. Door het aangepaste aanbod blijven de leerlingen met meer- en hoogbegaafdheid gemotiveerd en betrokken leren. Dit bevordert ook hun gevoel van welzijn, welke we monitoren door het IEP LVS en het tweejaarlijks kwaliteitsonderzoek.  

      Twee keer per jaar vindt er een bespreking plaats tussen de groepsleerkracht en de MINDgroep leerkracht om de voortgang van de leerlingen te bespreken. Indien nodig gebeurt dit vaker. 

      Het aanbod in de MINDgroep wordt zorgvuldig afgestemd op de onderwijsbehoefte van de leerling en na iedere periode geëvalueerd. Indien de doelen zijn behaald, sluit de leerling zijn periode in de MINDgroep af.

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Gezond mediawijs

      Leerlingen zijn bij ons op school gezond en bewust mediawijs. Wij gebruiken hierbij de 8 competenties van het mediawijsheid competentiemodel.

      We bieden  actuele en relevante informatie over mediawijsheid, bijvoorbeeld door het organiseren van lessen en workshops. Hierbij kan aandacht worden besteed aan onderwerpen zoals veiligheid, privacy, cyberpesten, nepnieuws, filterbubbels, en het herkennen van manipulatie en propaganda.

      We besteden aandacht aan kritisch denken en mediavaardigheden, bijvoorbeeld door het leren analyseren van informatiebronnen, het stellen van kritische vragen, en het beoordelen van de betrouwbaarheid en relevantie van informatie. Het leren omgaan met digitale tools en media, zoals sociale media, apps en games, wordt hierbij betrokken.

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Educatief partnerschap

      De Fatimaschool betrekt ouders actief bij het leerproces van de leerlingen en de school. We vergroten hiermee wederzijds begrip en vertrouwen dat ten goede komt aan de educatieve ontwikkeling van de kinderen. 

      Er worden per schooljaar 4 ouderavonden georganiseerd, met thema's die verschillend van aard zijn en daardoor ook verschillende doelgroepen aanspreken. 

      2023 - 2027
      Onderwerp Ambitie Proces Tijdpad
      Burgerschap & Inclusie

      In de komende schoolplanperiode zetten we in op de doorontwikkeling van ons burgerschapsonderwijs en verkennen we hoe we inclusief onderwijs verder vorm kunnen geven binnen onze school. We creëren hiervoor ruimte om met het team, de leerlingen en de ouders in gesprek te gaan, zodat we samen bouwen aan een schoolcultuur waarin iedereen zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelt.

      We werken aan een duidelijke en passende manier om ons burgerschapsonderwijs te verantwoorden, zodat zichtbaar is hoe wij bijdragen aan de ontwikkeling van actieve, betrokken en respectvolle burgers.

      We verkennen met het team hoe we inclusief onderwijs binnen onze school verder kunnen ontwikkelen, zodat we nog beter kunnen inspelen op de behoeften en talenten van alle leerlingen.

      2025 - 2027